ECLI:NL:OGEAC:2026:113

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
27 juli 2026
Zaaknummer
CUR202501664
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:900 BWArt. 3:300 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststellingsovereenkomst en toewijzing woning na echtscheiding met weigering medewerking

Partijen zijn gewezen echtelieden die in gemeenschap van goederen waren gehuwd en in 2010 zijn gescheiden. In een vaststellingsovereenkomst is de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder twee woningen, geregeld. De woning die aan eiseres zou worden toebedeeld, is inmiddels bekend als woning 2.

De overeengekomen verdeling is niet uitgevoerd omdat gedaagde geen medewerking verleent aan de overdracht van woning 2 aan eiseres. Eiseres vordert dat het gerecht het vonnis dezelfde kracht geeft als een leveringsakte en gedaagde verplicht tot medewerking, waaronder betaling van openstaande schulden en ontruiming van woning 2.

Het gerecht oordeelt dat de vaststellingsovereenkomst geldig is en nakoming daarvan door gedaagde vereist is. Het vonnis krijgt de kracht van een leveringsakte voor woning 2. De vorderingen die zien op betaling van belastingschulden en ontruiming worden afgewezen omdat deze schulden aan gedaagde persoonlijk of aan woning 1 zijn verbonden. Iedere partij draagt de eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het vonnis krijgt dezelfde kracht als een leveringsakte voor woning 2 aan eiseres en de overige vorderingen worden afgewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202501664
Vonnis van 15 juni 2026
in de zaak van
[Eiseres],wonend in [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. E.A. Knoppel,
tegen
[Gedaagde],
wonend in [woonplaats],
gedaagde,
gemachtigde: voorheen mr. S.A.T. Ayoubi-Haakmeester, thans procederend in persoon.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 21 mei 2025,
  • de conclusie van antwoord,
  • de nadere producties van [gedaagde],
  • de mondelinge behandeling van 30 maart 2026.
1.2.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn in gemeenschap van goederen gehuwd geweest. Bij beschikking van 30 november 2010 heeft het gerecht de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 6 januari 2011 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
2.2.
Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoren onder meer twee woningen.
2.3.
Na de echtscheiding hebben partijen geprocedeerd over onderdelen van de echtscheidingsbeschikking. Partijen hebben ter zitting, als vastgelegd in het proces-verbaal van 19 januari 2021, bij het gerecht het volgende in een vaststellingsovereenkomst doen opnemen:
“1. [woning 1] wordt toebedeeld aan de man.
2. [woning 2] wordt toebedeeld aan de vrouw.
3. De man neemt op zich de betaling van alle belastingen en erfpachtcanon tot en met het belastingjaar 2018, zonder verrekening met de vrouw.
4. Partijen dragen ieder afzonderlijk de belastingen vanaf 2019 en de erfpachtcanon vanaf 2019 over de aan hun toe te bedelen woning.
5. Partijen verklaren over en weer medewerking te verlenen aan het passeren van de notariële akte.
6. Partijen verklaren na de toebedeling over en weer niets meer van elkaar te vorderen.
7. Mr. Knoppel neemt op zich om notaris Samandar te benaderen om de overdracht te doen effectueren.
8. Partijen dragen ieder de door hun gemaakte en zelf veroorzaakte schulden, behoudens de in 3 genoemde schulden.
9. Partijen dragen ieder de helft van de rekening van de notaris.
(…)”
2.4.
De overeengekomen verdeling heeft niet plaatsgevonden.

3.De vordering en de standpunten van partijen

3.1. [
eiseres] vordert – samengevat – dat het gerecht:
a. aan de notaris althans aan [eiseres] (vervangende) toestemming verleent om over te gaan tot verdeling van het pand [woning 3] te Curaçao aan [eiseres], althans een in goede justitie te nemen beslissing;
b. bepaalt dat de uitspraak van het gerecht in de plaats treedt van de akte van verdeling dan wel dat een door het gerecht aan te wijzen vertegenwoordiger de leveringshandeling in plaats van [gedaagde] zal verrichten;
c. [gedaagde] veroordeelt om binnen twee weken na het in deze te wijzen vonnis de somma groot Cg 64.913,13 op de derdengeldenrekening van notaris Samandar voldoet en indien [gedaagde] zulks nalaat om hem te bevelen om binnen 2 x 24 uur na voormelde 14 dagen, althans binnen een door het gerecht in goede justitie te bepalen termijn, de woning gelegen te [woning 2] te Curaçao te verlaten en te ontruimen met medeneming van al datgene wat aan gedaagde toebehoort, zo nodig met behulp van de sterke arm indien gedaagde in gebreke blijft aan dit rechterlijk bevel te voldoen;
d. [eiseres] vervangende toestemming verleent om het pand gelegen te [woning 2] te verlopen voor een bedrag dat ligt binnen de marges van 90% of meer van de getaxeerde waarde;
e. aan [eiseres] (vervangende) toestemming verleent om in plaats van [gedaagde] over te gaan tot de overdracht en levering van het pand gelegen te [woning 2] te Curaçao aan de koper tegen betaling van de koopsom en de kosten koper door de koper, althans een in goede justitie te nemen beslissing;
f. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de akte van levering, dan wel dat een door het gerecht aan te wijzen vertegenwoordiger de leveringshandeling in plaats van [gedaagde] zal verrichten;
g. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure, vermeerder met Cg 250 nakosten voor betekening en vermeerderd met Cg 150 nakosten na betekening van het vonnis, alles te vermeerderen met wettelijke rente gerekend vanaf 5 dagen na het in deze te wijzen vonnis.
3.2. [
eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Partijen zijn gewezen echtelieden. Partijen hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten in het kader van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap. De verdeling is evenwel nog niet afgewikkeld, omdat [gedaagde] daaraan geen medewerking verleent, en omdat inmiddels een vernummering van de percelen heeft plaatsgevonden.
3.3. [
gedaagde] heeft verweer gevoerd, strekkende tot afwijzing van de vordering.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil welke woningen onder de in het proces-verbaal vastgelegde afspraken vallen. De woning die aan [eiseres] zou worden toebedeeld, staat inmiddels bekend als [woning 2]. De woning die aan [gedaagde] zou worden toebedeeld, staat inmiddels bekend als [woning 1]. Evenmin is in geschil dat [gedaagde] tot op heden geen medewerking heeft verleend aan de toebedeling en levering van [woning 2] aan [eiseres].
4.2.
Het proces-verbaal moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW Pro. [gedaagde] heeft niet, althans niet gemotiveerd, gesteld dat deze vaststellingsovereenkomst haar gelding heeft verloren of dat hij om een andere reden niet langer tot nakoming daarvan gehouden is. Daaruit volgt dat [gedaagde] de vaststellingsovereenkomst moet nakomen. Het gevorderde onder a. en b. kan daarom op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen.
4.3.
Aan het gevorderde onder c. tot en met f. legt [eiseres] ten grondslag dat de woning [woning 2] niet aan haar kan worden toebedeeld zolang [gedaagde] een schuld aan de Ontvanger onbetaald laat. Die vorderingen strekken ertoe dat deze schuld wordt voldaan, hetzij door [gedaagde] zelf, hetzij uit de opbrengst van verkoop van de aan hem toe te bedelen woning [woning 1].
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt echter dat de openstaande belastingschulden waarop [eiseres] doelt, alle zijn verbonden aan [gedaagde] persoonlijk dan wel aan de aan hem toe te bedelen woning. Niet is gebleken dat tussen [gedaagde] en de Ontvanger een afspraak bestaat die betrekking heeft op de aan [eiseres] toe te bedelen woning. Ook is niet gebleken dat de Ontvanger zekerheidsrechten op die woning heeft gevestigd.
Onder deze omstandigheden heeft [eiseres] onvoldoende toegelicht waarom het gevorderde onder c. tot en met f., op de grondslag van nakoming van de vaststellingsovereenkomst, voor toewijzing in aanmerking komt. Die vorderingen worden daarom afgewezen.
4.4.
In de omstandigheid dat partijen gewezen echtelieden zijn, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
4.5.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5.De beslissing

Het gerecht:
5.1.
bepaalt dat dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW Pro dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van [gedaagde], strekkende tot toebedeling en levering van de woning [woning 2] aan [eiseres] en alle daartoe benodigde handelingen;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en in het openbaar uitgesproken.