ECLI:NL:OGEAC:2026:126

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
25 mei 2026
Publicatiedatum
31 juli 2026
Zaaknummer
CUR202600726
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering voorschot contractuele boete wegens niet-nakoming koopovereenkomst onroerend goed

Op 16 april 2025 sloten Argos Projectontwikkeling B.V. en gedaagde een koopovereenkomst voor onroerend goed te Curaçao. De overeenkomst bevatte bepalingen over een waarborgsom, ontbinding bij tekortkoming en een financieringsvoorbehoud. Gedaagde betaalde de waarborgsom, maar zag later af van de koop wegens persoonlijke omstandigheden en financieringsproblemen.

Eiseres stelde de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en vorderde betaling van de contractuele boete en gemaakte kosten. Gedaagde betwistte de ontbinding en stelde dat het addendum de koopovereenkomst wijzigde, waardoor het financieringsvoorbehoud opnieuw van toepassing werd. Tevens betwistte hij de juiste ingebrekestelling.

Het gerecht oordeelde dat in kort geding onvoldoende aannemelijk was dat de bodemrechter gedaagde tot betaling zou veroordelen, mede vanwege onduidelijkheid over de rechtsgevolgen van het addendum en het financieringsvoorbehoud. Ook was geen sprake van onverwijlde spoed, en bestond een restitutierisico. Daarom wees het gerecht de vordering af en veroordeelde eiseres in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot betaling van een voorschot op de contractuele boete wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onduidelijkheid over ontbinding en financieringsvoorbehoud.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202600726
Vonnis in kort geding van 25 mei 2026
in de zaak van
ARGOS PROJECTONTWIKKELING B.V.,gevestigd te Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. R.P. Bottse,
tegen
[Gedaagde],
wonende in [woonplaats],
gedaagde,
gemachtigden: mr. C.G Diesveld, mr. R.M.L. Conquet,

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 3 maart 2026 met producties 1 t/m 6,
  • producties 1 t/m 5 van gedaagde,
  • de mondelinge behandeling van 4 mei 2026,
  • de pleitnotities.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Op 16 april 2025 is tussen eiseres, Argos Projectontwikkeling B.V., als verkoper en gedaagde en [belanghebbende 1], als kopers, een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het onroerend goed, plaatselijk bekend als [onroerend goed] te Curacao, tegen een koopsom van Cg. 280.000,-.
2.2.
Artikel 4 van Pro de koopovereenkomst bepaalt, voor zover relevant:
“Tot zekerheid voor de nakoming van zijn verplichtingen is koper verplicht, om uiterlijk binnen 10 dagen na ondertekenen van deze overeenkomst, bij de notaris een waarborgsom een bedrag te storten van:TIENDUIZEND NEDERLANDS ANTILLIAANSE FLORIJN (Naf 10.000,-)
2.3.
Artikel 14 van Pro de koopovereenkomst bepaalt, voor zover relevant:
“ 1. Indien één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van haar uit deze koopovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, kan de wederpartij van de nalatige partij deze koopovereenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige partij.
2. Ontbinding op grond van tekortkoming is slechts mogelijk na voorafgaande ingebrekestelling. Bij ontbinding van de koopovereenkomst op grond van toerekenbare tekortkoming zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van tien procent (10%) van de koopsom verbeuren, onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding, indien de daadwerkelijke schade hoger is dan de onmiddellijk opeisbare boete, en onverminderd vergoeding van kosten van verhaal.”
2.4.
Artikel 15 lid 1 van Pro de koopovereenkomst bepaalt, voor zover relevant:
“ Deze overeenkomst zal, ontbonden (kunnen) worden:
° Indien koper niet uiterlijk23-05-2025op door hem aan te vragen hypothecaire financiering voor de aankoop tot een bedrag vanNAf 280.000,-zal hebben toegezegd gekregen door een op Nederlandse gevestigde financieringsinstelling. Koper zal ter verkrijging van de financiering al het hem mogelijke verrichten en kan op deze ontbindende voorwaarde alleen een beroep doen door aan verkoper ten minste (2) schriftelijke afwijzingen over te leggen.”
2.5.
Conform artikel 4 van Pro de overeenkomst heeft gedaagde een waarborgsom van Cg. 10.000,- gestort op de derdenrekening van het notariskantoor Fung A Loi & Samandar te Curaçao (hierna: de notaris).
2.6.
Op 25 juli 2025 heeft gedaagde eiseres per e-mail geïnformeerd dat de financieringsaanvraag was goedgekeurd door Ennia (hierna: de hypotheekverstrekker), onder toezending van een e-mail van 24 juli 2025 waarin is vermeld dat de hypotheekaanvraag was goedgekeurd en dat de offerte zou volgen.
2.7.
Op 24 november 2025 om 10:45 uur heeft gedaagde per e-mail aan het makelaarskantoor Livinggoed (hierna: de makelaar) medegedeeld van de koop af te zien wegens persoonlijke omstandigheden. De levering van de woning stond gepland op 24 november 2025 om 11:00 uur bij de notaris.
2.8.
Op 24 november heeft de notaris een e-mail verstuurd aan de makelaar, gedaagde, de mede-koopster en eiseres, met de mededeling dat geen gelden zijn ontvangen en dat de levering tot nader orde zal worden uitgesteld
2.9.
Bij brief van 25 november 2025 heeft eiseres gedaagde en de medekoper in gebreke gesteld en hen gesommeerd om alsnog binnen acht dagen tot nakoming over te gaan, onder aankondiging van toepassing van de contractuele boete.
2.10.
Vervolgens hebben partijen nader overleg gevoerd. De medekoper heeft zich met instemming van eiseres teruggetrokken, waarna partijen op 10 december 2025 een addendum ondertekend, waarin staat:
“ Addendum
De ondertekenden
1A.[verkoper]geboren te[geboorteplaats], [geboortedatum] 1957,houder van een Nederlands paspoort[paspoortnummer],ten deze handelde als bestuurder van de te Curaçao, met kantooradres Kaya Vivaldi 42, gevestigde besloten vennootschapZetus B.V.,geregistreerd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid onder nummer159561, welke vennootschap handelt als enig bestuurslid van de te Curaçao, met kantooradres Kaya Vivaldi 42, gevestigde besloten vennootschap:Argos Projektontwikkeling B.V.,geregistreerd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid onder nummer156870en als zodanig, na verkregen voorafgaande goedkeuring van Raad van Commissarissen, deze besloten vennootschap rechtsgeldig vertegenwoordigde,Argos Projektontwikkeling B.V.
Sub 1a hierna ook te noemen“verkoper”.
2A.[gedaagde]wonende te[adres]geboren te[geboorteplaats], op[geboortedatum]-1992,houder van een Nederlands paspoort met nummer[paspoortnummer]
2B.[belanghebbende 1]wonende te[adres]geboren te[geboorteplaats]op[geboortedatum] 1990,houder van een Nederlands paspoort met nummer[paspoortnummer]
2A.[gedaagde]wonende te[adres]geboren te[geboorteplaats], op[geboortedatum] 1992,houder van een Nederlands paspoort met nummer[paspoortunmmer]
Sub 2a hierna ook te noemen “koper”.
Komen het volgende overeen:
Verkoper verkoopt aan koper, die van verkoper koopt:
Het tot 8 mei 2080 lopend recht van erfpacht op een perceel grond, gelegen in het [district ], ter grootte van eenduizend vijfhonderdzevenendertig Vierkante meter (1.537m2), nader omschreven in meetbrief nummer 420 van 26 juli 2019 met het daarop gebouwde, plaatselijk bekend als[onroerend goed].
Hierna ook te noemen:“het verkochte”
KOOPPRIJS
De totale koopprijs van het verkochte bedraagt:(Naf 280.000,-)
TWEEHONDERDTACHTIGDUIZEND NEDERLANDS ANTILLIAANSE FLORIJN
Aldus ondertekend,
(…)”
2.11.
Op 12 december 2025 heeft gedaagde eiseres geïnformeerd over de stand van zaken van zijn hypotheekaanvraag en medegedeeld dat de datum van 16 december 2025 niet haalbaar was voor het afronden van de benodigde stukken.
2.12.
Op 18 december 2025 heeft eiseres gedaagde verzocht om een nadere update met betrekking tot de financiering en een mogelijke leveringsdatum.
2.13.
Bij e-mail van 24 december 2025 heeft gedaagde eiseres geïnformeerd dat de financiering niet was verkregen en dat de koop om die reden geen doorgang kon vinden. Daarbij heeft hij verwezen naar een bijgevoegde e-mail van 22 december 2025 van de hypotheekverstrekker waarin staat dat zijn hypotheekaanvraag niet was goedgekeurd.
2.14.
Bij brief van 9 januari 2026 heeft de advocaat van eiseres de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 14 van Pro de koopovereenkomst en aanspraak gemaakt op betaling van de contractuele boete, zijnde een bedrag van Cg. 28.000,-, vermeerderd met de door eiseres gemaakte advocaatkosten, zijnde een bedrag van Cg. 3.500,-.
2.15.
Gedaagde heeft geen betalingen gedaan aan eiseres.

3.De vordering en de standpunten van partijen

3.1.
Eiseres vordert – samengevat – dat het gerecht gedaagde veroordeelt tot uitbetaling aan eiseres van de onder de notaris door gedaagde gestorte waarborgsom van Cg. 10.000,-, op straffe van een dwangsom van Cg. 500,- per dag dat gedaagde in gebreke blijft. Voorts vordert eiseres dat wordt bepaald dat, indien gedaagde nalaat de notaris te instrueren tot uitbetaling van voornoemd bedrag, dit vonnis in de plaats treedt van die instructie, zodat de notaris tot uitbetaling aan eiseres kan overgaan. Daarnaast vordert eiseres dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling aan eiseres van een bedrag van Cg. 21.500,-, eveneens op straffe van een dwangsom van Cg. 500,- per dag, met een maximum van Cg. 5.000,-. Ten slotte vordert eiseres dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de door de notaris in rekening te brengen kosten in verband met de niet uitgevoerde levering.
3.2.
Eiseres stelt dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen op 16 april 2025 gesloten koopovereenkomst, althans de koopovereenkomst niet is nagekomen. Eiseres heeft de overeenkomst vervolgens buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 14 van Pro de koopovereenkomst en aanspraak gemaakt op betaling van de contractuele boete en de gemaakte advocaatkosten.
3.3.
Gedaagde heeft het volgende verweer gevoerd, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van eiseres, althans tot afwijzing van de vorderingen.

4.De beoordeling

4.1.
Volgens vaste rechtspraak past bij de toewijzing van een geldvordering in kort geding terughoudendheid. Voor toewijzing is vereist dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl bovendien sprake moet zijn van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Bij de beoordeling dient voorts het restitutierisico in de belangenafweging te worden betrokken.
4.2
Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat de tussen partijen gesloten overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden en de contractuele boete uit de koopovereenkomst opeisbaar is geworden, zodat gedaagde gehouden is tot betaling van de gevorderde bedragen. Gedaagde stelt daartegenover dat met het ondertekenen van het addendum de koopovereenkomst is gewijzigd. Inherent aan de wijziging van de persoon van de koper(s), is dat opnieuw financiering moest worden aangezocht. Met deze wijziging is dan ook het financieringsvoorbehoud (opnieuw) van toepassing is geworden. Gedaagde beroept zich op het financieringsvoorbehoud, dan wel betwist dat eiseres aanspraak kan maken op de contractuele boete, nu eiseres hem niet (op de juiste wijze) in gebreke heeft gesteld alvorens tot ontbinding over te gaan.
4.3.
Het gerecht komt, met toepassing van het hiervoor onder 4.1 vermeld terughoudend toetsingskader, tot de slotsom dat de vordering van eiseres dient te worden afgewezen. Daarbij neemt het gerecht het volgende in aanmerking.
4.4.
In de eerste plaats is naar het oordeel van het gerecht, gelet op de uiteenlopende stellingen van partijen en het beperkte toetsingskader in kort geding, thans onvoldoende aannemelijk geworden dat de bodemrechter gedaagde zal veroordelen tot betaling van de door eiseres gevorderde bedragen. Tussen partijen is in geschil of de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden. Het is, gelet op de uiteenlopende stellingen van partijen, onduidelijk welke afspraken na ondertekening van het addendum tussen hen precies golden en welke rechtsgevolgen partijen daaraan hebben willen verbinden. Daarbij acht het gerecht in het bijzonder van belang dat onduidelijk is gebleven of de eerder overeengekomen contractuele boete na ondertekening van het addendum nog onverkort gold, dan wel is vervallen of vervangen door nieuwe afspraken. Evenmin staat voldoende vast of partijen een nieuw financieringsvoorbehoud zijn overeengekomen en, zo ja, wat daarvan de inhoud en reikwijdte was. Indien ervan moet worden uitgegaan dat partijen een nieuwe koopovereenkomst dan wel een nadere overeenkomst hebben gesloten, geldt bovendien dat voor het intreden van verzuim in beginsel een ingebrekestelling is vereist. Vast staat dat eiseres gedaagde, nadat de financiering in deze tweede fase uitbleef, niet (opnieuw) in gebreke heeft gesteld. Of ingebrekestelling onder de gegeven omstandigheden achterwege kon blijven, is tussen partijen eveneens onderwerp van geschil. Beantwoording van deze vragen vergt, gelet op de gemotiveerde betwisting door gedaagde van de ter zake door eiseres ingenomen stellingen, nadere bewijslevering, onder meer over hetgeen partijen bij het maken van de nadere afspraken hebben beoogd en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden (de zogenoemde Haviltex-maatstaf). Daarvoor is in een kortgedingprocedure geen plaats.
4.5.
Verder heeft eiseres onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om aannemelijk te achten dat van haar niet kan worden gevergd de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten en dat onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening rechtvaardigt. Eiseres heeft aangevoerd dat zij het geld dringend nodig heeft. Het enkele belang bij een snelle incasso is naar vaste rechtspraak onvoldoende om een spoedeisend belang in kort geding aan te nemen. Van een situatie waarin onmiddellijke rechterlijke tussenkomst is vereist, is niet gebleken. Ten slotte weegt het gerecht mee dat, mede gelet op voormelde stelling van eiseres, sprake is van een restitutierisico. Nu de vordering in deze procedure niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld en niet kan worden uitgesloten dat de bodemrechter tot een ander oordeel komt, bestaat het risico dat gedaagde een eventueel betaald bedrag niet, althans niet eenvoudig, van eiseres zal kunnen terugontvangen indien de vordering in een bodemprocedure alsnog wordt afgewezen.
4.6.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van eiseres zullen worden afgewezen.
4.7.
Omdat eiseres in het ongelijk wordt gesteld, wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten. De kosten van gedaagde worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg. 1.500,- aan salaris gemachtigde en de nakosten zoals hierna onder de beslissing vermeld.

5.De beslissing in kort geding

Het gerecht:
5.1.
wijst de vordering van eiseres af;
5.2.
veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van gedaagde, tot aan deze uitspraak begroot Cg. 1.500,- aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met Cg. 250,- aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg. 150,- in geval van betekening;
5.3.
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis, waar het de proceskosten betreft, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. H. Semerci, griffier, en in het openbaar uitgesproken.