Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
eiser,
gemachtigde: mr. N.B. Louisa,
HET LAND CURAÇAO,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E. van den Berg,
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 28 april 2026,
- de mondelinge behandeling van 8 juni 2026,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
De zaak betreft een ambtenaar die na een schorsing en vernietiging daarvan door het gerecht in ambtenarenzaken, geen toegang kreeg tot zijn werkplek. Hij vorderde in kort geding dat het Land Curaçao hem binnen vier weken toegang zou verlenen, met een dwangsom bij niet-naleving.
Het Land Curaçao voerde verweer dat de civiele rechter niet bevoegd is omdat de ambtenarenrechter exclusief bevoegd is voor dergelijke geschillen. Het Gerecht in eerste aanleg overwoog dat vaste rechtspraak bepaalt dat de burgerlijke rechter niet-ontvankelijk moet verklaren indien een bijzondere rechtsgang met voldoende waarborgen openstaat.
De vordering van de ambtenaar betrof feitelijke handelingen die onder de ambtenarenrechter vallen. Daarom werd de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De ambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.
Uitkomst: De ambtenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot toegang tot zijn werkplek omdat de ambtenarenrechter exclusief bevoegd is.