In deze zaak vordert eiser terugbetaling van de in 2016 betaalde koopprijs voor een perceel, nadat de koopovereenkomst door gedaagde is vernietigd wegens het ontbreken van het schriftelijkheidsvereiste. De rechtbank bevestigt dat de koopprijs onverschuldigd is betaald en dat gedaagde deze moet terugbetalen.
Gedaagde stelde verjaring van de vordering in, maar de rechtbank oordeelt dat de vordering pas is ontstaan bij de vernietiging in 2023, zodat de verjaringstermijn nog niet is verstreken. Ook het verweer dat de betaling niet door eiser zelf maar door derden is gedaan, leidt niet tot afwijzing van de vordering, aangezien betaling door derden de verbintenis kan nakomen.
De onzekerheidsexceptie wordt toegepast om te voorkomen dat gedaagde tweemaal tot terugbetaling wordt aangesproken door de derden die de betaling deden. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot terugbetaling van de koopprijs, incassokosten en wettelijke rente, en wijst het meer of anders gevorderde af.