Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
1.[EISER 1],wonend in Curaçao,2. [EISER 2],wonend in Nederland,3. [EISER 3],wonend in Nederland,eisers,gemachtigde: deurwaarder R.A. Ramazan,
gedaagde,
aanvankelijk met als gemachtigde mr. M.T.J. Cicilia, nu procederend in persoon.
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 21 juli 2025,
- de conclusie van antwoord,
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2026.
2.De vordering
3.De beoordeling
impliceert dat [gedaagde] het perceel en de opstallen binnen de voornoemde termijn op eerste verzoek van de zonen dient te verlaten.” Inmiddels zijn sinds die uitspraak drie-en-een-half jaar verstreken. Gedaagde verblijft nog in de woning en de overdracht van het erfpachtrecht is nog niet geregeld. De door het Hof bepaalde, door gedaagde aan eisers en hun moeder te betalen gebruiksvergoeding van NAf 504,17 per maand is niet voldaan.