Eiser, voormalig systeembeheerder, kreeg ongevallenuitkering na een bedrijfsongeval in 2017 waarbij hij een hoofdcontusie opliep. De SVB beëindigde per 21 mei 2024 zijn uitkering na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek waarin hij volledig arbeidsgeschikt werd verklaard.
Eiser voerde beroep aan tegen de medische grondslag van deze beslissing, gesteund op een brief van zijn neuropsycholoog. Het Gerecht oordeelde dat deze informatie onvoldoende aanknopingspunten bood om de medische beoordeling van de verzekeringsarts te betwijfelen. De verzekeringsarts had een zorgvuldig onderzoek verricht, inclusief dossieronderzoek en overleg met behandelaren, en concludeerde dat eiser beperkingen had maar wel arbeid kon verrichten.
Het Gerecht verwierp het argument dat het voortduren van behandeling het recht op ongevallenuitkering zou behouden, omdat eiser niet langer arbeidsongeschikt was. De medische beoordeling werd als juist bevestigd, mede omdat cognitieve stoornissen niet direct na het ongeval waren vastgesteld en latere beperkingen mogelijk andere oorzaken hadden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering gehandhaafd.