Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
de verkoper’,
de koper’,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vorderingen
4.De beoordeling
- de omstandigheid dat mail van de koper van 9 januari 2026 geen ondubbelzinnig (voorwaardelijk) beroep op de ontbindende voorwaarde inhoudt: “
- de omstandigheid dat de verkoper eerder, op 12 december 2025, had ingestemd met uitstel;
- de omstandigheid dat de koper in zijn mail van 9 januari 2026 de verwachting uitsprak dat het door hem gewenste uitstel wel verleend zou worden en te kennen gaf dat hij de financiering bijna rond had;
- de omstandigheid dat het gekochte al feitelijk aan de koper ter beschikking was gesteld en door de koper werd geëxploiteerd;
- de omstandigheid dat het de verkoper bekend was dat het intreden van de ontbindende voorwaarde voor de koper nadelige consequenties zou hebben, waaronder de ingevolge de koopovereenkomst aan de verkoper te betalen vergoeding van EUR 36.000 en de afhandeling van de door koper aangegane verplichtingen jegens (vakantie)huurders;
- dat de koper al direct op 10 januari 2026, en dus nog voor het verstrijken van de termijn, liet weten niet de intentie te hebben de koopovereenkomst te ontbinden, waartegen, ook als dit als terugkrabbelen zou worden aangemerkt, de verkoper gelet op het doel van het financieringsvoorbehoud en de omstandigheid dat dit louter strekte ten behoeve van de koper, in redelijkheid geen bezwaar kon hebben.