Uitspraak
Parketnummer: 520.00008/26
Vonnis van dit Gerecht
[Verdachte],
Primair:
Subsidiair:
Primair:
Subsidiair:
FEIT 1 primair
of omstreeks18 november 2025,
althans in of omstreeks de maand november 2025,te Curaçao, als verkeersdeelnemer, te weten als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto ([automerk/model 1], gekentekend [kentekennummer 1]) daarmede rijdende over de Kaminda Boy Duvert Nicolina,
althans over een weg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door toen en aldaar als bestuurder van genoemd motorrijtuig
roekeloos,
althans hoogst, althanszeer
of aanmerkelijkonvoorzichtig en
/of onachtzaam en/ofonoplettend te rijden, waardoor aan een ander, zijnde [benadeelde partij], zwaar lichamelijk letsel (te weten: femurfractuur rechts) werd toegebracht,
in elk geval zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,bestaande zijn gedrag uit dat hij, verdachte voornoemd voertuig heeft bestuurd terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde en
/ofdat hij, verdachte op de in twee rijstroken verdeelde rijbaan van voornoemde weg, zijn personenauto niet zoveel mogelijk rechts gehouden en
/ofde doorgetrokken streep op de weg heeft overschreden en daarbij op de weghelft bestemd voor tegemoetkomend verkeer heeft gereden, waardoor
of mede waardooreen botsing of aanrijding is ontstaan tussen het door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig en een ander (tegemoetkomend) voertuig, (een personen auto model [automerk/model 2] [kentekennummer 2]) bestuurd door ([benadeelde partij]).
FEIT 2 primair
of omstreeks18 november 2025,
althans in of omstreeks de
FEIT 3
of omstreeks18 november 2025 te Curaçao, als bestuurder van een vierwielig motorrijtuig (van het merk [automerk/model 1], gekentekend [kentekennummer 1]), daarmede heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, te weten; de Kaminda Boy Duvert Nicolina zonder dat de wettelijke aansprakelijkheid, waartoe dat motorrijtuig in het verkeer aanleiding kon geven, gedekt was door een verzekeringsovereenkomst welke beantwoordde aan de bij en krachtens de Landsverordening Motorrijtuigen gestelde bepalingen;
FEIT 4
of omstreeks18 november 2025 te Curaçao als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto, van het merk [automerk/model 1], gekentekend [kentekennummer 1]), daarmede heeft gereden over de weg, te weten de Kaminda Boy Duvert Nicolina, zonder dat een geldig rijbewijs voor het besturen van een motorvoertuig aan hem, verdachte, is afgegeven.
De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 en 2 op de tenlastelegging:
, en een witte personenauto van het merk [automerk/model 2], van het bouwjaar 2012 en voorzien van het kentekenplaat [kentekennummer 2][het Gerecht begrijpt: de auto waarin het slachtoffer reed]
. De personenauto gekentekend [kentekennummer 1] en de personenauto gekentekend [kentekennummer 2], worden verder in dit proces-verbaal en conform volgorde, aangeduid als het voertuig 1 en het voertuig 2.
De bewijsmiddelen van feit 3 en 4 op de tenlastelegging:
Eendaadse samenloop van feit 1 en feit 2:
(feit 1) aan het verkeer deelnemen en zich daarbij zodanig gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt waardoor aan een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht, terwijl de schuldige tijdens het ongeval verkeerde onder kennelijke invloed van het gebruik van alcoholhoudende drank
en
Daarnaast acht het Gerecht een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen op zijn plaats, zoals gevorderd door de officier van justitie. Ook als verdachte dus wel zijn rijbewijs haalt, zal hij nog gedurende aanzienlijke tijd niet mogen rijden.
SchadevergoedingsmaatregelHet Gerecht ziet aanleiding om met betrekking tot de toe te wijzen vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van Pro het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.
BESLISSING
gevangenisstraf van 3 maanden,en bepaalt dat deze straf
niet ten uitvoer zal worden gelegd,tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van
de proeftijd van 3 (drie) jarenzich aan een of meerdere van de volgende voorwaarden heeft overtreden;
taakstraf, bestaande uit een werkstrafvoor de duur van
240 (tweehonderdenveertig) uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door
120 (honderdentwintig) dagen hechtenis;
3 (drie) jaren, en bepaalt dat een gedeelte van deze ontzegging, groot
2 (twee) jaren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
een geldboete van Cg 500,- (zegge: vijfhonderd Caribische gulden), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, en bepaalt dat deze straf
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
1 jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
een geldboete van Cg 225,- (zegge: tweehonderd en vijfentwintig Caribische gulden), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, en bepaalt dat deze straf
niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
1 jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
[benadeelde partij]
Cg 12.409,36 (zegge: twaalfduizend vierhonderd en negen Caribische guldens en zesendertig cent),te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 november 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij,;
[benadeelde partij]de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van
Cg 12.409,36 (zegge: twaalfduizend vierhonderd en negen Caribische guldens en zesendertig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
87 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het voorgaande bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;
[benadeelde partij]gemaakt, tot op heden begroot op Cg 900,- (zegge: negenhonderd Caribische guldens), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken, vooralsnog begroot op nihil.
mr. M. Sahin, (zittingsgriffier), en op 15 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.