ECLI:NL:OGEAC:2026:85

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
UR202400738
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • M.C.B. Hubben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap met toewijzing appartementencomplex en verrekening pensioenrechten

In deze zaak heeft het gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 20 april 2026 uitspraak gedaan over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen eiser en gedaagde. Het appartementencomplex aan een adres is aan eiser toegekend vanwege zijn beheer en verhuur, waarbij een verdeling bij helfte werd afgewezen vanwege de verstoorde verhouding tussen partijen. De winst en het verlies uit verhuur zijn vastgesteld en deels verdeeld.

Verder is bepaald dat de voormalige echtelijke woning en een perceel verkocht moeten worden, waarbij de opbrengst gelijk wordt verdeeld. De Hyundai Tucson en Hyundai i10 zijn aan eiser toegewezen, terwijl banksaldi aan de respectievelijke rekeninghouders zijn toegekend. Gedaagde is veroordeeld tot betaling van de helft van het bedrag dat zij in de periode voorafgaand aan het verzoekschrift tot echtscheiding aan gemeenschapsgelden heeft onttrokken zonder onderbouwing.

De aandelenportefeuille en het dividend zijn aan eiser toegekend. Pensioenrechten zijn verdeeld waarbij gedaagde haar opgebouwde rechten behoudt en eiser zijn rechten behoudt, met een verplichting tot betaling van de verschillen. Kapitaalverzekeringen zijn aan de respectievelijke eigenaren toegekend. Schulden zijn toegedeeld aan de partij op wiens naam deze staan. Eiser is veroordeeld tot betaling van een bedrag wegens overbedeling aan gedaagde.

De proceskosten worden door partijen ieder voor eigen rekening gedragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en partijen zijn verplicht tot medewerking aan de uitvoering van de verdeling, waaronder verkoop en notariële overdracht.

Uitkomst: Het gerecht heeft de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld met toewijzing van het appartementencomplex aan eiser, verrekening van pensioenrechten, betaling wegens benadeling en overbedeling, en gelaste verkoop van onroerend goed.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202400738
Vonnis van 20 april 2026
in de zaak van
[Eiser],wonende in [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. S.A. Hortencia,
tegen
[Gedaagde],
wonende in [woonplaats],
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.M. Wildeman.
Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1.Het (verdere) procesverloop

1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit:
  • het (tussen)vonnis van 3 november 2025,
  • de antwoordakte en de akte vermeerdering van eis, allebei zijdens [gedaagde] van 1 december 2025;
  • het bericht van de rechter aan de rolrechter van 1 december 2025 inhoudende dat het gerecht enkel acht zal slaan op het gestelde in randnummers 22 t/m 34 van voornoemde antwoordakte;
  • de antwoordakte tevens akte uitlating vermeerdering van eis zijdens [eiser] van 23 februari 2026.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De (verdere) beoordeling

2.1.
Partijen hebben naar aanleiding van de tussenvonnissen documenten in het geding gebracht, zodat de daadwerkelijke verdeling thans kan worden vastgesteld en berekend kan worden wat door de ene aan de andere partij moet worden betaald vanwege overbedeling. De vermeerdering eis van [gedaagde] wordt, voor zover al mogelijk, niet toegestaan nu deze tardief is ingesteld.
[adres 1]
2.2.
Allereerst ligt de vraag voor hoe de appartementen aan [adres 1] (hierna: [adres 1]) verdeeld moet worden. Het gerecht ziet voldoende aanleiding in de argumenten van [eiser] om [adres 1] aan hem toe te bedelen. [eiser] is, onbetwist, degene geweest die het beheer en de verhuur onafgebroken op zich heeft genomen sinds de aanschaf van het complex en het gerecht ziet met [eiser] zwaarwegende bezwaren tegen een splitsing en verdeling bij helfte tussen partijen. Vaststaat dat de verhouding tussen partijen tamelijk verstoord is geraakt. Niet goed valt in te zien hoe deze verhouding zich laat rijmen met een gezamenlijke eigendom van dit appartementencomplex waarbij partijen met enige regelmaat gedwongen zullen worden tot overleg, afstemming en samenwerking. Het risico op nieuwe conflicten zou bij een verdeling bij helfte daardoor aanzienlijk vergoot worden. Dat moet worden vermeden.
2.3.
Dit betekent dat [adres 1], inclusief inboedel, met een waarde van Cg 800.000, aan [eiser] wordt toebedeeld, tezamen met de daaraan verbonden hypothecaire lening bij Vidanova Bank van Cg 128.612,33. De hiermee gepaard gaande notariskosten en andere kosten van overdracht komen voor rekening van beide partijen gezamenlijk.
Winst/verlies [adres 1]
2.4.
Blijkens een door [eiser] ingebrachte berekening door Fiducia Consultancy B.V. (hierna: de berekening) bedraagt de winst van de verhuur van [adres 1] over de periode november 2022 t/m juli 2024 Cg 6.852. Deze rapportage is gegrond op enerzijds uitdraaien van Airbnb (zogenaamde ‘Earnings Reports’) waaruit de huurinkomsten blijken en anderzijds kostenoverzichten van de hand van [eiser]. [eiser] heeft, vanwege de betwisting door [gedaagde], op verzoek van het gerecht nadere stukken van Airbnb in het geding gebracht (productie 55) waaruit volgt dat deze huurinkomsten zien op alle vier de appartementen. De kosten met betrekking tot de vier appartementen over dezelfde periode zijn gestaafd met bankafschriften (van de MCB rekening die ziet op [adres 1]) en met bonnen (producties 30 t/m 33 van [eiser]). Dit maakt dat het gerecht, anders dan [gedaagde], de berekening voldoende onderbouwd acht. De betwisting zijdens [gedaagde] bij akte van 15 september 2025 dat de appartementen ook nog verhuurd zouden worden via Booking.com acht het gerecht mede gelet op de betwisting door [eiser] onvoldoende onderbouwd en bovendien tarief. Op geen enkel eerder moment in de procedure is zijdens [gedaagde] dit standpunt ingenomen, terwijl daartoe bij herhaling de mogelijkheid heeft bestaan. Steeds is door beide partijen uitgegaan van het gegeven dat de appartementen in de betreffende periode (slechts) verhuurd werden via Airbnb. Onbetwist is verder gesteld dat [eiser] opstartkosten heeft gemaakt ten bedrage van Cg 40.340, zodat het resultaat van de kasstroom over de periode november 2022 tot en met juli 2024 volgens de berekening resulteert in een negatief saldo van Cg 1.146. Het gerecht gaat ervan uit dat dit verlies reeds met gemeenschapsgelden is gedekt, nu niet anders is gesteld of gebleken. Deze schuld hoeft dus niet aan een van beide partijen te worden toebedeeld.
2.5.
Voor wat betreft de winst/het verlies over de periode daarna tot aan het moment van verdeling geldt dat dit bij helfte dient te worden verdeeld/gedragen.
[adres 2]en [adres 3]
2.6.
Geen van beide partijen wenst – anders dan bij aanvang van de procedure - de voormalige echtelijke woning aan de [adres 2]en/of het perceel aan de [adres 3] toebedeeld te krijgen. Dit betekent dat het gerecht niet anders kan dan bepalen dat dit onroerend goed verkocht moet worden, waarna aan elk van partijen de helft van de opbrengst die resteert na verkoop en levering ervan zal worden toebedeeld. Er rust geen hypothecaire lening (meer) op dit onroerend goed. Beide partijen moeten hun medewerking verlenen aan verkoop en levering van dit onroerend goed aan de koper(s) en zijn gehouden in gelijke mate de kosten van makelaar, notaris en eventuele andere verkoop- en leveringskosten te dragen.
Eigenaarslasten
2.7.
Voor de eigenaarslasten van [adres 1], [adres 2]en [adres 3] over de periode vanaf de peildatum tot aan het moment van verdeling geldt dat deze bij helfte door partijen dienen te worden gedragen.
De auto’s Hyundai Tucson en Hyundai i10
2.8.
De Hyundai Tucson, met een waarde van Cg 20.850, zal zoals gevorderd en niet betwist worden toebedeeld aan [eiser], net als de Hyundai i10 met een waarde van Cg 9.001,37.
De banksaldi
2.9.
De tegoeden op de bankrekeningen op naam van [gedaagde] worden aan haar toebedeeld en hadden op de peildatum een totaalwaarde van Cg 19.430,77:
o Banco di Caribe: Cg 165,45;
o Vidanova Bank: Cg 2.580,24;
o ACU Credit Union: (deposito, koriente en akshon met een totaal van) Cg 9.483,10;
o MCB bank: (current, savings en joint savings met een totaal van)
Cg 7.201,98.
2.10.
De tegoeden op de bankrekeningen op naam van [eiser] worden aan hem toebedeeld en hadden op de peildatum een totaalwaarde van Cg 931,31:
o MCB bank: Cg 0,76 op een en/of spaarrekening met [eiser];
o MCB bank: Cg 930,55 op een rekening op naam van [eiser] eindigend op [nummer].
Benadeling gemeenschap
2.11.
Voldoende is komen vast te staan uit de door [gedaagde] overgelegde bankbescheiden dat zij in de zes maanden voorafgaand aan het verzoekschrift tot echtscheiding geld behorende tot de gemeenschap heeft verspild tot een bedrag van Cg 42.686,06. Zij heeft van de bankrekeningen bij ACU Credit Union, MCB bank en Vidanova Bank gedurende de maand oktober 2022 een tiental keren cash opnames gedaan ten belope van dit bedrag (ACU: Cg 32.935 + MCB: Cg 6.000 + Vidanova: Cg 3.751,06 = Cg 42.686,06). Er is geen steekhoudende toelichting op de besteding van deze cashgelden gegeven. Namens [gedaagde] is aanvankelijk productie 16 bijgevoegd met de toelichting dat de gelden besteed zijn aan studiekosten voor het oudste kind van partijen dat in [land 1] woont, terwijl dit gemotiveerd betwist is zijdens [eiser] en daarvan geen betaalbewijzen dan wel andere onderbouwingen zijn bijgevoegd. Ook is nagelaten uiteen te zetten hoe de cashgelden het kind in [land 1]dan hebben bereikt, een vraag die [eiser] terecht heeft opgeworpen. Verder is gesteld dat de gelden zijn besteed aan de huur van een vervangende auto, terwijl slechts één van de vier facturen die op de vermeende autohuur zien, ziet op de betreffende periode (oktober 2022) en slechts een fractie beloopt (Cg 1.600) van de gepinde gelden. Daarnaast is zijdens [gedaagde] de niet nader onderbouwde opmerking geplaatst dat het bij MCB bank opgenomen bedrag van Cg 6.000 voor haar persoonlijke uitgaven bedoeld was. Dit alles levert geen dragende onderbouwing op voor het opnemen van Cg 42.686,06 aan cashgelden in oktober 2022. Ook de stukken die zijn overgelegd bij de tweede door het gerecht geboden gelegenheid daartoe leveren deze noodzakelijke onderbouwing niet op. De stukken waarop het gerecht acht heeft geslagen (producties 21 en 22; verwezen wordt naar de berichtgeving vanuit het gerecht van 1 december 2025 waaruit volgt dat niet alle stukken zijdens [gedaagde] van 1 december 2025 in het geding zijn toegelaten) leveren geen enkele specificatie op van de besteding van Cg 42.686,06. Het gerecht kan dan ook niet anders dan concluderen dat deze gelden niet besteed zijn aan de gezamenlijke huishouding van partijen. Vijf dagen na de laatste cashopname volgde het verzoekschrift van [gedaagde] tot echtscheiding. De te verdelen gemeenschap is daarmee benadeeld tot dit bedrag. Dit betekent dat [gedaagde] veroordeeld zal worden tot betaling aan [eiser] van de helft van dit bedrag, zijnde Cg 21.343,03.
De aandelen en het dividend
2.12.
Partijen zijn het erover eens dat de aandelenportefeuille is gewaardeerd op de peildatum en dat de waarde Cg 17.372,98 bedraagt. Deze aandelenportefeuille van [eiser] zal aan hem worden toebedeeld.
2.13. [
eiser] heeft in 2022 en 2023 een bedrag van Cg 1.227,40 respectievelijk
Cg 1.888,70 uitgekeerd gekregen. Over het jaar 2024 was dat een bedrag van
Cg 2.077,40. In totaal bedraagt dit Cg 5.193,50. Dit dividend zal aan [eiser] worden toebedeeld. Over het jaar 2025 zijn geen gegevens in deze procedure voorhanden. Eventueel uitgekeerd dividend over 2025 dient (door de notaris) bij helfte te worden verdeeld.
Pensioenrechten
2.14. [
gedaagde] heeft opgebouwde pensioenrechten bij APC die aan haar worden toebedeeld. Het aandeel van [eiser] hierin beloopt blijkens een berekening van APC een bedrag van Cg 25.822,50. [gedaagde] zal worden veroordeeld dit bedrag aan [eiser] te betalen.
2.15. [
eiser] heeft pensioenrechten opgebouwd bij MCB die aan hem worden toebedeeld. Het aandeel van [gedaagde] hierin beloopt blijkens de berekening van MCB een bedrag van Cg 153.563. Volgens [eiser] verschillen deze bedragen wezenlijk van elkaar slechts door de door de pensioenverzekeraars gehanteerde zeer verschillende factoren waarmee zij rekenen. Daardoor komt de verevening van de pensioenen onevenredig zwaar uit, terwijl de opgebouwde rechten slechts Cg 6.000 (nabestaandenpensioen) en Cg 8.000 (ouderdomspensioen) van elkaar verschillen, aldus zijdens [eiser]. De berekeningsmethodiek van APC leidt daarom bij [eiser] tot vraagtekens omtrent de werkelijke waarde van de pensioenrechten van [gedaagde]. [eiser] verzoekt het gerecht daarom om dezelfde factoren te hanteren of een en ander na te laten rekenen door een actuaris. Het gerecht ziet hier geen aanleiding toe. In feite heeft [eiser] zijn verzoek niet nader onderbouwd dan met de enkele vraagopwerping of de berekening van APC wel klopt. APC en MCB zijn gerenommeerde pensioenverzekeraars. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom de beide berekeningen en de daarbij gehanteerde factoren niet zouden kloppen. Het had op de weg van [eiser] gelegen daarover minst genomen navraag te doen bij de pensioenverzekeraars, hetgeen is nagelaten. Het gerecht acht deze betwisting dus onvoldoende onderbouwd en gaat daaraan voorbij. [eiser] zal dan ook worden veroordeeld [gedaagde] haar aandeel te betalen van Cg 153.563.
De kapitaalverzekeringen
2.16.
De kapitaalverzekering van [eiser] (‘Life Saver 2’) met polisnr. [polisnummer 1] en met een gekapitaliseerde waarde van de van Cg 7.930,75 wordt aan [eiser] toebedeeld. De kapitaalverzekering van [gedaagde] (‘IA-Ultra 100 Plus’) met polisnr. [polisnummer 2] en met een gekapitaliseerde waarde van Cg 54.020,40 wordt aan [gedaagde] toebedeeld.
De schulden
2.17.
De door partijen inzichtelijk gemaakte schulden zullen aan de partij worden toebedeeld op wiens naam de schuld staat. De betwistingen zijdens [gedaagde] bij (laatste) akte van 15 september 2025 inhoudende dat [gedaagde] geen weet had van sommige schulden wordt als tardief terzijde gesteld. De schulden – het bestaan en de omvang ervan - zijn reeds bij akte van 11 november 2024 door [eiser] in het geding gebracht. Het verweer daartegen had veel eerder gevoerd kunnen en moeten worden.
2.18.
Dit betekent dat, naast de hypotheekschuld, aan [eiser] wordt toebedeeld:
o een lening bij Vidanova Bank van Cg 3.576,80;
o een bij MCB van Cg 49.379,94 en
o een creditcard schuld bij MCB van USD 8.318,43.
2.19.
Aan [gedaagde] wordt toebedeeld:
o een creditcard schuld bij Banco di Caribe (visa) van USD 1.451,63 en
o een creditcard schuld (Kompa Leon/AA) bij MCB van Cg 2.098,26.
Overbedeling [eiser]
2.2
Deze verdeling leidt tot de volgende berekening die resulteert in een overbedeling van [eiser]:
[eiser] [gedaagde]
Activa Activa
[adres 1] Cg 800.000 Banksaldi Cg 19.430,77
Hyundai Tucson Cg 20.850 Kapitaalverzekering Cg 54.020,40
Hyundai i10 Cg 9.001,37
Banksaldi Cg 931,31
Aandelen Cg 17.372,98
Dividend Cg 5.193,50
Kapitaalverzekering Cg 7.930,75
minus: minus:
Schulden Schulden
Hypotheek Cg 128.612,33 Creditcard schuld bij Banco di Caribe van USD 1.451,63, (omgerekend [1] Cg 2.598,42)
Lening bij Vidanova Bank van Cg 3.576,80; Creditcard schuld bij MCB van Cg 2.098,26
Lening bij MCB van Cg 49.379,94 en
Creditcard schuld bij MCB van USD 8.318,43,
(omgerekend Cg 14.889,99).
totaal:
[eiser] [gedaagde]
Cg 664.820,85 Cg 68.754,49
2.21. [
eiser] is blijkens deze berekening overbedeeld voor een bedrag van
Cg 298.033,18 en moet dat bedrag daarom aan [gedaagde] betalen. Daartoe zal hij worden veroordeeld.
Proceskosten
2.22.
Vanwege de voormalige familierechtelijke betrekking tussen partijen worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.23.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

3.De beslissing

Het gerecht:
3.1.
stelt vast de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen zoals volgt uit r.o. 2.2. t/m 2.19;
3.2.
veroordeelt [eiser], wegens overbedeling, tot betaling aan [gedaagde] van een bedrag van Cg 298.033,18;
3.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling aan [gedaagde] van het aan haar toekomende deel van zijn pensioenuitkering van Cg 153.563;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van het aan hem toekomende deel van haar pensioenuitkering van Cg 25.822,50;
3.5.
Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van
Cg 21.343,03 wegens benadeling van de boedel;
3.6.
gelast partijen over te gaan tot verkoop van de voormalige echtelijke woning te [adres 2]en het perceel te [adres 3], waarna aan elk van partijen de helft toekomt van de opbrengst die resteert na verkoop en levering ervan. Gelast beide partijen hun medewerking te verlenen aan verkoop en levering van dit onroerend goed aan de koper(s) en bepaalt dat zij zijn gehouden in gelijke mate de kosten van makelaar, notaris en eventuele andere verkoop- en leveringskosten te dragen;
3.7.
bepaalt dat de notariskosten en andere met de overdacht gepaard gaande kosten met betrekking tot [adres 1] voor rekening komen van beide partijen in gelijke mate;
3.8.
bepaalt dat de man na de datum van het passeren van de akte van verdeling en levering verantwoordelijk zal zijn voor de verplichtingen uit de hypothecaire lening, belastingen en premies die betrekking hebben op de aan hem toebedeelde onroerende zaak aan [adres 1];
3.9.
bepaalt dat partijen hun medewerking aan de uitvoering van de verdeling moeten te verlenen, waaronder aan het verlijden van de notariële akten;
3.10.
compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.11.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.12.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.B. Hubben, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Voetnoten

1.Met de vaste koers zoals weergegeven op de website van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten waarbij USD 1 = Cg 1,79.