ECLI:NL:OGEAC:2026:88

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
8 juli 2026
Publicatiedatum
9 juli 2026
Zaaknummer
CUR202601832
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 lid 2 BWArt. 5:122 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkopers appartement verplicht tot levering ondanks geschil met VvE

In deze zaak vordert de koper, SPF, dat de verkopers binnen twee maanden hun volledige en onvoorwaardelijke medewerking verlenen aan de levering van een appartement te Curaçao. De verkopers weigeren levering vanwege een geschil met de Vereniging van Eigenaars (VvE) over een openstaande vordering van ruim Cg 48.000. De koper heeft de koopsom reeds onder de notaris gestort en sommeerden de verkopers tot medewerking.

Het gerecht stelt vast dat er een rechtsgeldige koopovereenkomst is en dat de levering in december 2025 had moeten plaatsvinden. Hoewel de goedkeuring van de VvE vereist is, kan het geschil tussen verkopers en VvE niet in dit kort geding worden beslecht, omdat de VvE en de notaris geen partij zijn. De verkopers kunnen hun leveringsverplichting niet opschorten vanwege dit interne geschil.

De primaire vordering van de koper tot levering wordt toegewezen met een termijn van twee maanden en een dwangsom bij niet-nakoming. De subsidiaire vorderingen en de vorderingen tot schadevergoeding worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. De proceskosten worden aan de verkopers opgelegd. De verkopers worden veroordeeld tot medewerking aan de levering conform de koopovereenkomst, ongeacht hun geschil met de VvE.

Uitkomst: Verkopers worden veroordeeld tot onvoorwaardelijke medewerking aan levering binnen twee maanden onder verbeurte van dwangsom.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202601832
Vonnis in kort geding van 8 juli 2026
in de zaak van
GEEN BLAUW SPF,gevestigd in Curaçao,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. A.M. Perigault Monte,
tegen

1.[VERKOPER 1],

wonend in Nederland,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
procederend in persoon,

2.[VERKOPER 2],

wonend in Curaçao,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna de SPF, [Verkoper 1] en [Verkoper 2] genoemd.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift van 2 juni 2026,
  • de conclusie van antwoord houdende eis in reconventie van [Verkoper 1],
  • het verweerschrift tevens eis in reconventie van [Verkoper 2];
  • van de mondelinge behandeling van 30 juni 2026,
  • de pleitnotities en (nadere) producties van partijen.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

Bij schriftelijke koopovereenkomst hebben [Verkoper 1] en [Verkoper 2] als verkopers aan de SPF als koper verkocht het appartementsrecht […] te Curaçao. In november 2025 is een concept voor de leveringsakte opgesteld (productie 3 bij verzoekschrift). In die maand is de koopsom van Cg 100.000 door de SPF onder de notaris gestort. De SPF heeft [Verkoper 1] en [Verkoper 2] onder meer bij brief van 20 mei 2026 gesommeerd tot medewerking aan de levering. Tot levering is het niet gekomen, waarbij een rol speelt dat de VvE 7-7 Shopping Center als voorwaarde voor haar toestemming voor de levering stelt dat haar openstaande vordering op [Verkoper 1] en [Verkoper 2] wordt voldaan. Pogingen van de notaris om hiervoor een regeling te treffen zijn tevergeefs gebleken.

3.De vorderingen

3.1.
De SPF vordert in conventie:
“bij vonnis, dat voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad zal zijn verklaard:
1. Gedaagden te veroordelen om binnen drie (3) dagen na betekening van dit vonnis hun volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de juridische en feitelijke levering van het appartement uitmakende het 32/1000 aandeel in de gebouwen met toebehorende en de daarbij behorende grond […] ten overstaan van notaris […], diens waarnemer of opvolger, hetzij in persoon of via een gevolmachtigde, op de eerste door de notaris aan te geven mogelijkheid in haar agenda;
2. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om binnen twee (2) dagen na betekening van dit vonnis hun volledige medewerking te verlenen aan de levering van het voornoemde registergoed conform de bepalingen van de koopovereenkomst, op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van XCG 2.500,- per gedaagde, voor iedere dag of gedeelte van een dag dat gedaagden weigerachtig blijven aan de veroordeling te voldoen;
3. Subsidiair: Te bepalen dat, indien gedaagden of een van hen ook na het intreden van het maximale dwangsom weigeren aan deze veroordeling te voldoen, dit vonnis conform artikel 3:300 lid 2 BW Pro dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van levering, dan wel in de plaats treedt van de vereiste handtekening(en) van gedaagden op de leveringsakte;
4. Te bepalen dat de notaris uitdrukkelijk wordt gemachtigd en bevel wordt gegeven om van de onder haar rustende koopsom het bedrag van +/_XCG 48.118,44 (althans het op het moment van passeren exact openstaande VvE-saldo); in te houden en dit bedrag rechtstreeks of te dragen aan de Vereniging van Eigenaars (VvE) 77 Shopping Centre, tegen de gelijktijdige en onvoorwaardelijke schriftelijke toezegging van de VvE tot opheffing en doorhaling van het ten laste van gedaagden gelegde executoriale beslag op het appartementsrecht;
5. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan eiseres van een voorschot op schadevergoeding ter hoogte van XCG 12.000,- wegens gederfde huurinkomsten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 december 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
6. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de bij de notaris gestorte koopsom (althans over de door eiseres geleden vertragingsschade), te berekenen vanaf de dag van het intreden van het verzuim, zijnde 9 december 2025, tot aan de dag van het daadwerkelijk passeren van de leveringsakte;
7. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, de na kosten en alle explootkosten daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.”
3.2. [
Verkoper 1] vordert in reconventie:
“[…]”
3.3. [
Verkoper 2]s vordering in reconventie luidt als volgt:
“[…]”

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen staat vast dat tussen hen een rechtsgeldige koopovereenkomst is gesloten en dat het verkochte appartementsrecht in december 2025 aan de SPF had moeten zijn geleverd. Het spoedeisend belang van de SPF bij de gevorderde veroordeling tot medewerking aan de levering is daarmee gegeven.
4.2.
Ook staat tussen partijen vast dat voor de levering de goedkeuring van de VvE is vereist, en dat die tot dusver niet is verkregen. Of door de VvE executoriaal beslag is gelegd op het appartementsrecht, zoals de SPF stelt en [Verkoper 1] en [Verkoper 2] betwisten, kan in het midden blijven.
4.3.
De door [Verkoper 1] en [Verkoper 2] gegeven verklaring voor het uitblijven van levering ziet op hun geschil met de VvE over de vordering van ruim Cg 48.000 die de VvE stelt te hebben op [Verkoper 1] en [Verkoper 2]. Dit betreft een aangelegenheid die de SPF niet aangaat en die door [Verkoper 1] en [Verkoper 2] moet worden opgelost. Dat de SPF voor 2/25ste deel lid is van de VvE maakt dit niet anders. In dit kort geding, waarin de VvE en de notaris geen partij zijn, kan niet worden geoordeeld en beslist over geschillen en meningsverschillen tussen [Verkoper 1], [Verkoper 2] en de VvE en/of de notaris. Dit geldt ook wat betreft de uitleg die [Verkoper 1] en [Verkoper 2] geven aan artikel 19 van Pro het splitsingsreglement en aan artikel 5:122 BW Pro. Reeds daarop stranden de reconventionele vorderingen van [Verkoper 1] en [Verkoper 2].
4.4.
Bij gebreke van ter zake doende verweren, is de primaire vordering van de SPF tot levering op straffe van verbeurte van dwangsommen (haar vorderingen onder 1 en 2) in beginsel toewijsbaar. Daarbij zal aan [Verkoper 1] en [Verkoper 2] evenwel een ruimere termijn voor nakoming worden gegeven dan gevorderd. Voor de gevorderde hoofdelijkheid van de veroordeling tot levering bestaat geen grond. De koopovereenkomst bepaalt in artikel 9 uitdrukkelijk Pro dat de verplichtingen van de verkoper geen hoofdelijke verplichtingen zijn. Er is geen grond om af te wijken van het uitgangspunt dat veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
4.5.
Vordering 3 van de SPF is een subsidiaire vordering en komt gelet op de toewijzing van de primaire vordering niet aan bod.
4.6.
Vordering 4 zal worden afgewezen omdat deze zich richt tegen de notaris en een beslissing beoogt in het geschil tussen [Verkoper 1] en [Verkoper 2] met de VvE. De notaris en de VvE zijn geen partij in dit kort geding. Het is aan [Verkoper 1] en [Verkoper 2] om te bepalen hoe zij hun geschil met de VvE beslechten en levering mogelijk maken.
4.7.
Vorderingen 5 en 6 van de SPF betreffen vorderingen tot schadevergoeding. Ter zake deze vorderingen is niet voldaan aan de eisen voor toewijsbaarheid van geldvorderingen in kort geding, waaronder de eis van spoedeisend belang.
4.8.
Op grond van het voorgaande zal worden beslist als hierna omschreven. In conventie zullen [Verkoper 1] en [Verkoper 2] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten. In reconventie gelden zij ieder als de in het ongelijk gestelde partij en komen de proceskosten ook voor hun rekening.

5.De beslissing in kort geding

Het gerecht:
in conventie
5.1.
veroordeelt [Verkoper 1] en [Verkoper 2] om binnen twee maanden na betekening van dit vonnis hun volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering conform de bepalingen van de koopovereenkomst van
het appartement […], ten overstaan van een notaris van notariskantoor Fung A Loi & Samander, haar waarnemer of opvolger, op de eerste door de notaris aan te geven mogelijkheid in haar agenda na ommekomst van de twee maanden na de betekening van dit vonnis, op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van Cg 500,- voor ieder van [Verkoper 1] en [Verkoper 2] voor iedere dag of gedeelte van een dag dat zij of hij in gebreke blijven aan de veroordeling te voldoen, met een maximum van Cg 50.000;
5.2.
veroordeelt [Verkoper 1] en [Verkoper 2] hoofdelijk in de proceskosten van Cg 750 aan griffierecht, Cg 739,88 aan oproepingskosten en Cg 1.500 voor gemachtigdensalaris, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening, alle bedragen bij uitblijven van betaling te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de uitspraak van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie
5.5.
wijst af het gevorderde;
5.6.
veroordeelt [Verkoper 1] in de proceskosten, aan de zijde van de SPF begroot op Cg 750 voor gemachtigdensalaris;
5.7.
veroordeelt [Verkoper 2] in de proceskosten, aan de zijde van de SPF begroot op Cg 750 voor gemachtigdensalaris;
5.8.
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, en in het openbaar uitgesproken.