Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
MADURO & CURIEL’S BANK N.V.,gevestigd in Curaçao,
verzoekster,
gemachtigde: mr. G.B. Steward,
verweerder,
procederend in persoon.
1.Het procesverloop
- het verzoekschrift van 27 januari 2026, met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 maart 2026 waarbij MCB is verschenen, vertegenwoordigd door haar gemachtigde, en [verweerder] in persoon.
2.2. De feiten
1) een schriftelijke aanbeveling van [verweerder]’s gezinstherapeut;
2) een aanbeveling van een psycholoog van WHB;
3) hervatting van het werk conform de Hybrid Work Agreement en met inachtneming van het rooster waarop [verweerder] vanuit zijn werkplek binnen de organisatie zijn werkzaamheden dient te verrichten.
3.3. Het verzoek3.1. MCB verzoekt het gerecht om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden wegens gewichtige redenen in de zin van gewijzigde omstandigheden, zulks onder toekenning van een billijke vergoeding aan [verweerder], kosten rechtens.
4.4. De beoordeling4.1. In het kader van het door MCB ingestelde verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst moet worden beoordeeld of sprake is van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7A:1615w van het Burgerlijk Wetboek van Curaçao (BW). Het gerecht is van oordeel dat van zodanige gewichtige redenen bestaande uit veranderingen in de omstandigheden sprake is. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken is voldoende gebleken dat van partijen redelijkerwijs niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, nu beide partijen hebben verklaard geen vertrouwen meer te hebben in een verdere samenwerking.
5.5. De beslissing
5.2. stelt MCB in de gelegenheid om schriftelijk, uiterlijk 28 april 2026, het verzoek in te trekken en daarvan mededeling te doen aan de griffier van het gerecht;