ECLI:NL:OGEAM:2016:87
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring en verwijdering van EU-burger uit Sint Maarten bevestigd
Eiser, houder van de Israëlische en Spaanse nationaliteit, werd in december 2015 aangetroffen in Sint Maarten zonder zich te melden bij de immigratiedienst en werkte illegaal zonder de vereiste vergunningen. Verweerder verklaarde hem op 29 februari 2016 ongewenst en stelde hem in vreemdelingenbewaring, waarna hij op 1 maart 2016 werd verwijderd naar Frankrijk.
Eiser stelde dat hij als EU-burger rechtmatig verbleef en dat de bewaring disproportioneel was, terwijl verweerder stelde dat eiser de voorwaarden van zijn toeristenstatus had overtreden door illegaal te werken en zich niet te melden. Het Gerecht oordeelde dat het hebben van de Spaanse nationaliteit geen rechtmatig verblijf in Sint Maarten garandeert en dat eiser bewust toezicht probeerde te ontwijken.
De maatregel van vreemdelingenbewaring werd als proportioneel beoordeeld, mede omdat eiser slechts één nacht in bewaring verbleef. Het beroep op artikel 15 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak, dat meer tijd zou moeten bieden om orde op zaken te stellen, faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
Het Gerecht verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de verwijdering en het terugkeerverbod van drie jaar.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen zijn ongewenstverklaring en verwijdering wordt ongegrond verklaard.