ECLI:NL:OGEAM:2017:59

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
2 maart 2017
Publicatiedatum
31 juli 2018
Zaaknummer
100.00438/16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:288 Wetboek van StrafrechtArt. 2:289 Wetboek van StrafrechtArt. 2:291 Wetboek van StrafrechtArt. 2:397-1a Wetboek van StrafrechtArt. 2:399-1a Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen gewapende overval op watersportwinkel in Sint Maarten

Op 19 oktober 2016 pleegde verdachte samen met anderen een gewapende overval op een watersportwinkel in Sint Maarten. Hierbij werd een geldbedrag van circa 670 Amerikaanse dollars, meerdere kassaladen en blauwe deposit bags weggenomen. De diefstal werd begeleid door bedreiging met een zwart vuurwapenachtig voorwerp en dreigende woorden.

Verdachte werd tevens bewezen verklaard dat hij een zwart op een vuurwapen lijkend voorwerp bij zich had, geschikt voor bedreiging. Verdachte werd vrijgesproken van de diefstal van een Suzuki Grand Vitara auto en van andere tenlastegelegde feiten.

De rechtbank achtte de feiten bewezen en strafbaar, kwalificeerde deze als diefstal met geweld door meerdere personen en handelen in strijd met de Vuurwapenverordening. Gezien de ernst van de feiten, de maatschappelijke impact van roofovervallen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, werd een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van een gewapende overval met bedreiging door een vuurwapenachtig voorwerp.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

S T R A F V O N N I S
in de zaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
thans alhier gedetineerd.

1.Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2017. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. Hatzmann.
De officier van justitie, mr. D. Hazejager, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte vrij te spreken van feit 3 en hem ter zake van de feiten 1 primair en 2 te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
De raadsman heeft het woord tot verdediging gevoerd en een strafmaatverweer gevoerd.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Feit 1
Primair
hij op of omstreeks 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:
een geldbedrag van ongeveer 670 Amerikaanse Dollars en/of een of meerdere kassaladen (ter waarde van 110.00 Amerikaanse Dollars per stuk) en/of een of meerdere blauwe ‘deposit bags’, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] te [locatie 1] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd
van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit,
• het tonen en/of zwaaien en/of bedreigen met een zwart (vuur)wapen;
• dreigend te zeggen: “open the cash pan, open the cash pan”, “let me get over there”, “hurry up hurry up”, “where is the next cash pan”, “open it up, open it up”
(art. 2:291 Wetboek Pro van Strafrecht)
Subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met elkaar en/of een ander of anderen, althans die ander alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen:
een geldbedrag van ongeveer 670 Amerikaanse Dollars en/of een of meerdere kassaladen (ter waarde van 110.00 Amerikaanse Dollars per stuk) en/of een of meerdere blauwe ‘deposit bags’, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] te [locatie 1], en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1]en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 2],
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd
van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestonden uit,
• het tonen en/of zwaaien en/of bedreigen met een zwart (vuur)wapen;
• dreigend te zeggen: “open the cash pan, open the cash pan”, “let me get over there”, “hurry up hurry up”, “where is the next cash pan”, “open it up, open it up”
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 19 oktober 2016 in Sint Maarten, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:
• die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] met een auto naar de [bedrijf 1], althans in de nabijheid van die [bedrijf 1] te brengen, en/of;
• (vervolgens) in de nabijheid van die [bedrijf 1] op die [medeverdachte 1]en/of [medeverdachte 2] te wachten, en/of;
• (vervolgens) die [medeverdachte 1]en/of [medeverdachte 2] vervoer te verschaffen bij [bedrijf 1] vandaan;
Feit 2
hij op of omstreeks 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meerdere vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten een zwart (vuur)wapen, en/of een op een vuurwapen lijkend voorwerp, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een (echt) vuurwapen en aldus voor bedreiging of afdreiging geschikt, voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 jo Pro 11 van de Vuurwapenverordening)
Feit 3
Primair
hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
een (witgelakte) auto van het merk: Suzuki Grand Vitara (vin nummer [VIN NUMMER]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
(artikel 2:288 Wetboek Pro van Strafrecht)
Subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 17 oktober 2016 tot en met 19 oktober 2016 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een (wit gelakte) auto van het merk: Suzuki Grand Vitara (vin nummer [VIN NUMMER]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat/die (witgelakt) auto van het merk Suzuki Grand Vitara wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
(artikel 2:397-1a/399-1a Wetboek van Strafrecht)

3.Voorvragen

3A. Geldigheid van de dagvaarding
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke vereisten voldoet en dus geldig is.
3B. Bevoegdheid van het Gerecht
Krachtens de wettelijke bepalingen is het gerecht bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.
3C. Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.
3D. Redenen voor schorsing van de vervolging
Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging gebleken.

4.Bewijsbeslissingen

4A. Vrijspraak
Gelijk de officier van justitie en de raadsman heeft het Gerecht niet de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
4B. Bewijsmiddelen
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.
In het geval van hoger beroep worden de bewijsmiddelen in een aan dit vonnis te hechten bijlage opgenomen.
4C. Bewezenverklaring
Het Gerecht heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:
Feit 1
Primair
hij op 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:
een geldbedrag van ongeveer 670 Amerikaanse Dollars en meerdere kassaladen ter waarde van 110.00 Amerikaanse Dollars per stuk en meerdere blauwe ‘deposit bags’, toebehorende aan [bedrijf 1] te [locatie 1], welke diefstal werd vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit,
• het tonen en zwaaien en bedreigen met een zwart (vuur)wapen;
• dreigend te zeggen: “open the cash pan, open the cash pan”, “let me get over there”, “hurry up hurry up”, “where is the next cash pan”, “open it up, open it up”
Feit 2
hij op 19 oktober 2016, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met anderen, een vuurwapen, in de zin van de Vuurwapenverordening, te weten een zwart op een vuurwapen lijkend voorwerp, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een (echt) vuurwapen en aldus voor bedreiging of afdreiging geschikt, voorhanden heeft gehad;
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

5.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1 primair: Diefstal vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Feit 2: het medeplegen van handelen in strijd met een in artikel 3 van Pro de Vuurwapenverordening gegeven verbod.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het feit is derhalve strafbaar.

6.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7.Strafmotivering

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en op de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het Gerecht na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een roofoverval, waarbij twee gemaskerde mannen met een getrokken (nep)vuurwapen hun slag hebben geslagen. Roofovervallen als de onderhavige zijn een plaag in de Sint Maartense maatschappij. Zij veroorzaken naast materiele schade een gevoel van angst en onveiligheid, niet alleen voor de directe slachtoffers, die vaak nog jarenlang psychische klachten ondervinden, maar ook voor andere burgers die kennis nemen van het gebeurde. Verdachte heeft aan deze misstand bijgedragen, kennelijk enkel met oog voor eigen geldelijk gewin. De gemeenschap vraagt om een strenge bestraffing van deze ernstige feiten.
Ten voordele van verdachte overweegt het Gerecht dat hij openheid van zaken heeft gegeven en door spijtbetuiging blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.
Alles afwegende kan niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan gevangenisstraf van na te melden duur.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2:289 en 2:291 van het Wetboek van Strafrecht en 3 en 11 van de Vuurwapenverordening.

9.Beslissing

Het Gerecht:
verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde zoals in rubriek
4Comschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;
verklaart dat de bewezen verklaarde feiten de in rubriek
5genoemde strafbare feiten opleveren;
verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte wegens dit feit tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;
bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op 2 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.