Belanghebbende, statutair gevestigd op de Marshalleilanden, werd naheffingsaanslagen winstbelasting opgelegd voor de jaren 2009 en 2011, met verzuimboetes wegens het niet doen van aangifte. De Inspecteur verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar het Gerecht oordeelde in een tussenuitspraak dat deze onterecht waren afgewezen, waardoor de aanslagen inhoudelijk konden worden getoetst.
Het Gerecht constateerde dat belanghebbende geen aangifte had gedaan en niet voldeed aan de administratie- en bewaarplicht zoals voorgeschreven in de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL). Ondanks het ontbreken van een expliciete wettelijke grond voor omkering van de bewijslast in de beroepsfase, vond het Gerecht toepassing van deze omkering gerechtvaardigd vanwege de ernstige tekortkomingen in de administratie.
Belanghebbende leverde jaarstukken aan met verliezen over 2008-2010, maar deze werden niet als overtuigend tegenbewijs geaccepteerd vanwege het ontbreken van een accountantscontrole, late indiening en inconsistenties met eerder aangeleverde cijfers. Het Gerecht handhaafde daarom de naheffingsaanslagen, vernietigde de verzuimboetes en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.