Partijen zijn sinds 1994 gehuwd in gemeenschap van goederen en verzoeken echtscheiding met nevenvoorzieningen. De vrouw verzoekt alimentatie voor zichzelf en de meerderjarige zoon, alsmede exclusief gebruik van de echtelijke woning. De man erkent zijn financiële verplichtingen deels, maar betwist enkele posten.
De vrouw werkte voor het bedrijf van de man tot maart 2018 en zit sindsdien zonder inkomen. De man verdient circa US$ 1.500 per dag en ontvangt huurinkomsten van US$ 1.200 per maand. De zoon volgt een studie en heeft behoefte aan een bijdrage in verzorging en studiekosten.
Het Gerecht stelt de alimentatie voor de zoon vast op US$ 320 per maand, rekening houdend met betwiste kosten. De man wordt veroordeeld US$ 1.000 per maand aan de vrouw te betalen voor levensonderhoud vanaf de datum van het verzoek. De vrouw krijgt exclusief gebruik van de echtelijke woning toegewezen totdat de scheiding en verdeling zijn afgerond.
Partijen worden bevolen tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap met benoeming van een notaris. Bij weigering wordt een deurwaarder aangesteld als onzijdig vertegenwoordiger. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf.