ECLI:NL:OGEAM:2019:100
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens motiveringsgebrek
Klager verzocht op 8 mei 2019 om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder weigerde dit verzoek op 14 juni 2019 omdat klager verdachte was in een lopend strafrechtelijk onderzoek wegens mishandeling op 29 mei 2019.
Klager betwist de verdenking en heeft geen strafrechtelijke veroordeling. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 september 2019 verscheen klagers gemachtigde, terwijl verweerder niet kwam opdagen. De echtgenote van klager had aangifte gedaan maar wilde deze intrekken.
Het Gerecht oordeelt dat verweerder niet heeft gemotiveerd waarom de zwaarte van de verdenking onverenigbaar zou zijn met het doel van de VOG, namelijk een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek. De weigering wordt vernietigd en verweerder krijgt drie weken de tijd om een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast wordt het land Sint Maarten veroordeeld tot betaling van proceskosten van NAf 1.400,-. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De weigering van de VOG wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en verweerder krijgt drie weken voor een nieuwe beslissing.