ECLI:NL:OGEAM:2019:102
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag wegens verdenking valsheid in geschrifte
Klager verzocht op 11 maart 2019 om afgifte van een verklaring omtrent gedrag (VOG) in verband met een directeursvergunning. Verweerder weigerde dit op 12 april 2019 vanwege een lopende verdenking van valsheid in geschrifte, die volgens hem onverenigbaar is met het doel van de aanvraag.
Klager ontkende de verdenking en wees op het feit dat er geen vervolgbeslissing is genomen en dat hij in 2018 al een VOG had ontvangen voor een verblijfsvergunning. Verweerder stelde dat de verdenking blijft bestaan en dat de aard van de directeursfunctie een hoge mate van betrouwbaarheid vereist.
Het gerecht stelde vast dat de verdenking inderdaad bestaat en dat deze niet verenigbaar is met de zakelijke betrouwbaarheid die vereist is voor een directeursvergunning. Het feit dat er geen vervolgbeslissing is genomen en dat eerder een VOG werd afgegeven voor een ander doel, maakt dit niet anders. De klacht van klager werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klacht tegen de weigering van de verklaring omtrent gedrag wordt ongegrond verklaard.