Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAM:2019:131

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
29 november 2019
Publicatiedatum
6 december 2019
Zaaknummer
Lar 138/2018, SXM 201801398, Lar 139/2018, SXM 201801399, Lar 140/2018, SXM 201801401, Lar 141/2018, SXM 201801402, Lar 142/2018, SXM 201801403
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 1 Landsverordening ZiekteverzekeringArt. 1 Landsverordening OngevallenverzekeringArt. 2 lid 2 Landsverordening ZiekteverzekeringArt. 2 lid 2 Landsverordening Ongevallenverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslagen ziekte- en ongevallenverzekering wegens variabele looncomponenten

Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten heeft op 19 november 2019 uitspraak gedaan in het beroep van eiseres tegen naheffingsaanslagen voor de ziekte- en ongevallenverzekering over de jaren 2011 tot en met 2015. Verweerder voerde een looncontrole uit en legde op basis daarvan naheffingsaanslagen op. Eiseres betwistte de aanslagen onder meer vanwege het ontbreken van specificaties per werknemer, de toepasselijkheid van variabele looncomponenten en de periode waarop de aanslagen betrekking hadden.

Het Gerecht oordeelde dat het onderzoek van verweerder zorgvuldig was en dat eiseres onvoldoende concrete onzorgvuldigheden had aangetoond. De variabele looncomponenten, zoals overwerkvergoedingen en andere loonbestanddelen, vallen volgens het Gerecht binnen de definitie van loon en zijn premieplichtig. De stelling dat verweerder de wet doorkruist door deze componenten tot het loon te rekenen, werd verworpen omdat de wet expliciet rekening houdt met variabele loonbestanddelen.

Verder stelde het Gerecht vast dat de aanslagen betrekking hadden op het gehele kalenderjaar, ondanks dat in de aanslagen december als periode werd genoemd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslagen wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.

Uitspraak

Landsverordening administratieve rechtspraak
Uitspraak: 19 november 2019
Zaaknummers:
Lar 138/2018, SXM 201801398
Lar 139/2018, SXM 201801399
Lar 140/2018, SXM 201801401
Lar 141/2018, SXM 201801402
Lar 142/2018, SXM 201801403
HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In de gedingen van:
[eiseres]
gevestigd te Sint Maarten,
eiseres,
gemachtigde: mr. G.J. Bergman
en:
het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekostenverzekering
verweerder,
gemachtigde: mr. B.G. Hofman.

1.Aanduiding bestreden beschikkingen

De beschikkingen van verweerder van 24 september 2018, waarbij de bezwaarschriften van eiseres van 10 augustus 2016, gericht tegen verweerders beschikkingen van 29 juni 2016, inhoudende de oplegging van naheffingsaanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering, ongegrond zijn verklaard.

2.Procesverloop

Namens eiseres zijn op 2 november 2018 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier beroepschrift, met bijlagen, ingediend ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Op 4 maart 2019 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 28 oktober 2019. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen die op schrift gestelde pleitaantekeningen heet voorgedragen en overgelegd. Voor verweerder is de heer R. Richardson verschenen, bijgestaan bij gemachtigde voornoemd.
Uitspraak is bepaald op heden.

3.Feiten en standpunten

3.1
Het Gerecht gaat uit van de volgende feiten:
  • Verweerder heeft over het jaar 2011 tot en met juli 2015 een looncontrole uitgevoerd bij eiseres voor de ziekteverzekering, de ongevallenverzekering en de cessantia. Hiervan is een rapport opgemaakt, gedateerd 6 juni 2016 (hierna: het rapport).
  • Op basis van het rapport heeft verweerder aan eiseres naheffingsaanslagen voor de jaren 2011, 2012, 2013, 2014 en 2015 opgelegd.
3.2
Eiseres heeft in haar beroep naar voren gebracht dat het onmogelijk is de grondslagen van de correcties te controleren omdat per werknemer specificaties ontbreken van de afwijkingen op het door eiseres voor de werknemers aangegeven premieloon.
Voorts heeft eiseres gesteld dat de aanslagen als periode van de naheffing 201112, respectievelijk 201212, 201312, 201412 en 201512 vermelden en aldus alleen betrekking hebben op de maand december in die jaren. De naheffingen moet daarom met 11/12e worden verminderd.
Verder heeft verweerder ten onrechte premie geheven over een voljaarloon, in plaats van een percentage van het dagloon. Eiseres wijst in dat verband op de grondslag, in artikel 8, tweede lid van de Landsverordening regelende het recht van de werknemer op tegemoetkoming bij ziekte (hierna: de LV ZV) en de Landsverordening regelende het recht van de arbeider en diens nagelaten betrekkingen op tegemoetkoming ter zake van een ongeval, de arbeider in zijn dienstbetrekking overkomen (hierna: de LV OV).
De componenten waar eiseres op doelt bij de vaststelling van het dagloon zijn:
- Vaste looncomponenten,
- Variabele looncomponenten,
- Berekening loonsom premie ZV/OV en premie ZV/OV per werknemer.

4.Beoordeling

4.1
Het Gerecht stelt voorop dat een boekenonderzoek samen met een looncontrolerapport, als grondslag voor naheffingsaanslagen kan gelden. Voor zover eiseres heeft willen betogen dat het onderzoek van verweerder niet volledig of onzorgvuldig is geweest, kan zij daarin niet worden gevolgd. Eiseres heeft ter onderbouwing voor haar stelling hieromtrent geen concrete onzorgvuldigheden kunnen benoemen. Dat eiseres een nadere specificatie van de vergoedingen per werknemer en de berekening van het premieloon per werknemer wenst maakt niet dat het onderzoek als onzorgvuldig heeft te gelden. Het Gerecht overweegt dat verweerder terecht heeft aangegeven dat eiseres er zelf voor heeft gekozen om af te zien van het leveren van commentaar op het concept rapport.
4.2
Voor wat betreft de vraag of de variabele looncomponenten, zoals door eiseres genoemd en zoals hiervoor weergegeven in paragraaf 3.2 onder vaste looncomponenten, behoren tot het loon waarover premie is verschuldigd, overweegt het Gerecht het volgende.
Voor zover hier van belang, wordt blijkens artikel 1 van Pro de Landsverordening Ziekteverzekering en artikel 1 van Pro de Landsverordening Ongevallenverzekering onder loon verstaan: elke uitkering in welke vorm ook die de werknemer als vergoeding voor zijn arbeid ten laste van zijn werkgever geniet (…) behalve:
- vergoeding voor het verrichten van overwerk in de zin van de Arbeidsregeling; (…)
- vergoeding boven het normale loon voor het tijdelijk verrichten van andere dan de normale arbeid, waartoe hij ingevolge arbeidsovereenkomst met zijn werkgever verplicht is;
- vergoeding die bij uitzondering wordt gegeven voor het verrichten van een boven het normale liggende arbeidsprestatie.
Niet in geschil is dat de door eiseres genoemde looncomponenten een vergoeding zijn voor de arbeid die werknemers van eiseres hebben verricht. Het Gerecht overweegt dat de enkele omstandigheid dat deze looncomponenten variabel zijn, niet maakt dat ze niet langer vallen onder de in voornoemd artikel gegeven definitie. Het Gerecht stelt voorts vast dat deze variabele looncomponenten niet vallen onder een van de in dit artikel 1 opgesomde Pro uitzonderingen. Anders dan eiseres stelt, vormen zij dan ook mede de basis voor het berekenen van het dagloon, op basis waarvan vergoedingen bij ziekte en ongevallen (moeten) worden verstrekt.
4.3.
De stelling van eiseres dat verweerder de wet doorkruist door de variabele kosten tot het loon te regelen, is onbegrijpelijk. De LV Ziekteverzekering en de LV Ongevallenverzekering kennen immers, in het tweede lid van artikel 2, nadrukkelijk een bepaling die ziet op variabele looncomponenten: “Indien het loon geheel of gedeeltelijk bestaat uit (…) geldelijke uitkeringen waarvan de grootte niet bij voorbaat vaststaat zoals provisie, commissie, tantième, fooien, vergoedingen voor aangenomen werk en dergelijke, bepalen werkgever en werknemer ter vaststelling van het dagloon de gemiddelde geldswaarde daarvan.”
Met de stelling van eiseres dat verweerder het door de werkgever en de werknemer vastgestelde dagloon -al dan niet op verzoek van partijen- eigenhandig kan wijzigen, miskent eiseres dat met het opleggen van een naheffingsaanslag verweerder niet treedt in het tussen werkgever en werknemer vastgestelde dagloon. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om de premie te berekenen en af te dragen op basis van het loon en de toepasselijke met de werknemer overeengekomen andere looncomponenten, ongeacht de duur van het loontijdvak waarin de werknemer heeft gewerkt. Verweerder kan bij een boekencontrole slechts vaststellen of de opgave van de werkgever juist of onjuist is en deze corrigeren. Het is het Gerecht voorts niet gebleken dat verweerder van verkeerde bedragen uit is gegaan.
4.4.
Voor wat betreft de periode waarop de naheffingsaanslag ziet, overweegt het Gerecht het volgende. Verweerder heeft in het verweerschrift gesteld dat de naheffing van toepassing is voor het hele kalenderjaar. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat zij de genoemde aanduiding standaard gebruikt. Wat daar ook van zij, waar het om gaat is of het voor eiseres duidelijk was waar de aanslagen betrekking op hebben. Naar het oordeel van het Gerecht kan uit het dossier niet anders worden afgeleid dan dat er voor eiseres geen twijfel over mogelijk was, dat de betreffende aanslagen betrekking hadden op de gehele jaren waar de aanslagen op zien. De beroepsgrond faalt.
4.5.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de beroepen van eiseres ongegrond zijn. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Gerecht geen aanleiding.

5.De beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:
verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, mr. J. Sybesma en mevrouw M. Lopez-de Weever, bijzondere rechters in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 19 november 2019.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.