Klager, werkzaam als grondpersoneel bij WINAIR, verzocht op 30 juli 2018 om een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor particuliere sectorwerkzaamheden. Verweerder wees dit verzoek op 5 september 2018 af, stellende dat klager op 7 februari 2014 veroordeeld zou zijn voor bedreiging en vuurwapenbezit tot 30 maanden gevangenisstraf.
Klager betwistte deze veroordeling en overlegde een vonnis van 5 februari 2014 waarin hij werd vrijgesproken van poging tot doodslag en bedreiging. Het Gerecht stelde vast dat verweerder onjuiste informatie gebruikte, namelijk een onherroepelijk hofvonnis van 17 juli 2014 dat niet op klager van toepassing is. Tevens ontbrak een zorgvuldige belangenafweging tussen veiligheid op de luchthaven en persoonlijke omstandigheden van klager.
Daarom werd de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuwe beschikking te geven. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan klager. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.