ECLI:NL:OGEAM:2019:75
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verklaring omtrent gedrag op grond van strafrechtelijke verdenkingen
Klager heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) door de Minister van Justitie van Sint Maarten. De afwijzing was gebaseerd op strafrechtelijke verdenkingen van mensenhandel, wederrechtelijke vrijheidsberoving, mensensmokkel en illegale tewerkstelling, gepleegd in zijn hoedanigheid als ondernemer.
Het Gerecht stelde vast dat de minister zich niet hoeft te beperken tot onherroepelijke veroordelingen, maar ook strafrechtelijke verdenkingen mag meewegen bij de beoordeling van een VOG-aanvraag. Dit volgt uit artikel 23 van Pro de Landsverordening houdende bepalingen betreffende justitiële documentatie en verklaringen omtrent het gedrag (LV VOG). Klager voerde aan dat alleen onherroepelijke veroordelingen relevant zijn, maar dit werd door het Gerecht verworpen.
Daarnaast oordeelde het Gerecht dat het doel waarvoor de VOG is aangevraagd – het mede-leiden van een begrafenisonderneming – een rol speelt bij de beoordeling. De verdenkingen vormen een belemmering voor het verlenen van de VOG, omdat zij een risico voor de samenleving kunnen inhouden en de betrouwbaarheid van de ondernemer aantasten.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat dit pas ter zitting werd ingebracht en onvoldoende onderbouwd was. Het Gerecht verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard.