Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Procesverloop
3.De beoordeling
De beslissing.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Verzoeker, een gevangenbewaarder werkzaam sinds 1993, verzet zich tegen de stopzetting van zijn salaris, dat voor het laatst in november 2017 werd ontvangen. Hij heeft een bezwaarschrift en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de Minister van Justitie en het Land Sint Maarten.
Het Gerecht stelt vast dat het bevoegd gezag voor ambtenaren het bevoegd gezag de Gouverneur is, niet de Minister of het Land Sint Maarten, waardoor het verzoek tegen het Land niet-ontvankelijk is. Voor het verzoek tegen de Minister van Justitie wordt de niet-ontvankelijkheid achterwege gelaten vanwege onduidelijkheid over de verweerder en het ontbreken van een schriftelijk besluit.
Echter, het Gerecht oordeelt dat er geen spoedeisend belang is, aangezien verzoeker al 15 maanden geen salaris ontvangt en de enkele stelling dat zijn geld op is onvoldoende is. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de stopzetting van het salaris is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan spoedeisend belang en onduidelijkheid over de juiste verweerder.