ECLI:NL:OGEAM:2019:81
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang na uitzetting uit Sint Maarten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen beschikkingen van de Minister van Justitie van Sint Maarten, inhoudende een bevel tot bewaring en een bevel tot verwijdering uit Sint Maarten. Eiser stelde dat hij al lange tijd in Sint Maarten woont, deel uitmaakt van het gezin van zijn moeder, en dat verwijdering in strijd is met zijn gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro. Tevens voerde hij aan dat de bewaring disproportioneel was vanwege ongeschikte omstandigheden.
Verweerder stelde dat eiser inmiddels uit Sint Maarten is verwijderd, dat de beschikkingen op goede gronden zijn genomen vanwege het ontbreken van een verblijfstitel en een strafrechtelijke veroordeling, en dat eiser geen belang meer heeft bij het beroep omdat hij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning.
Het Gerecht oordeelde dat het feit dat eiser uit Sint Maarten is verwijderd betekent dat hij geen belang meer heeft bij de procedure. Dit werd bevestigd door het ontbreken van verschijning van eiser en zijn gemachtigde tijdens de zitting. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht benadrukte dat het beroep niet over het verblijf van eiser gaat, maar over de rechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring en uitzetting.
Tenslotte werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang na uitzetting uit Sint Maarten.