Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
(eiser),
DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,
Aanduiding bestreden beschikking
Het verloop van de procedure
De feiten
Het geschil
.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, een Haïtiaanse nationaliteit dragende inwoner van Sint Maarten, heeft een vergunning tot tijdelijk verblijf aangevraagd voor zijn echtgenoot en minderjarige kinderen met als doel gezinsvorming. De aanvraag werd op 6 december 2017 afgewezen omdat eiser op dat moment werkloos was en niet voldeed aan het middelenvereiste van minimaal NAf. 2.000,- bruto per maand. Eiser stelde in bezwaar en beroep dat hij wel aan het inkomensvereiste voldeed en overlegde werkgeversverklaringen en loonstrookjes van twee werkgevers over 2018.
Het Gerecht oordeelde dat eiser onvoldoende objectief verifieerbaar bewijs had geleverd van zijn inkomen over 2017, zoals een inkomensverklaring van de Belastingdienst, en dat het eigen verklaringen en navraag bij werkgevers niet als verifiëring konden gelden. Ook het argument dat door de orkaan Irma geen loonbelastingkaarten beschikbaar waren, was onvoldoende. Daarnaast was er geen sprake van familieleven op Sint Maarten, aangezien eiser op Sint Maarten woonde en zijn gezin in Haïti, en het bezoekrecht bleef ongewijzigd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden beschikking gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door rechter P.P.M. van der Burgt op 29 juli 2019. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag vergunning tot tijdelijk verblijf voor gezinsvorming wordt gehandhaafd.