Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAM:2019:98

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
27 september 2019
Publicatiedatum
7 oktober 2019
Zaaknummer
SXM201901005-KG 181/2019
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming gehuurd appartement wegens huurachterstand en geen inkomsten

Partijen sloten op 9 januari 2019 een huurovereenkomst voor een appartement in Sint Maarten voor zes maanden. De huurprijs bedroeg US $700 per maand, vooruitbetaald. Na beëindiging van de overeenkomst per 1 juni 2019 heeft gedaagde het appartement niet verlaten en is een huurachterstand ontstaan van zes maanden.

Eiseres vordert in kort geding ontruiming van het appartement binnen 48 uur na vonnis en betaling van de achterstallige huur van US $4.200, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde erkent de huurachterstand maar stelt niet te kunnen betalen vanwege het ontbreken van werk en inkomsten.

Het gerecht stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en dat dit de ontruiming rechtvaardigt. Ondanks het zwaarwegende belang van gedaagde bij het blijven huren, wegen de financiële gevolgen van de wanbetaling zwaarder. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de achterstallige huur met rente en kosten. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiseres toegewezen en het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen en betaling van de huurachterstand van US $4.200 met rente en kosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG van Sint Maarten

Zaaknummer: SXM201901005-KG 181/2019
Datum: 27 september 2019
VONNIS IN KORT GEDING
In de zaak van:
(eiseres)
wonende in Sint Maarten,
-eiseres-,
gemachtigde: mr. Z.J. Bary,
tegen
(gedaagde)
wonende te Sint Maarten,
-gedaagde -,
procederende in persoon.

1.Het verloop van het kort geding

Het verloop van het kort geding blijkt uit het inleidende verzoekschrift van 9 september 2019 met producties van de eiseres.
Op 20 september 2019 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek in kort geding plaatsgevonden. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Gedaagde is in persoon verschenen.
Op heden is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1
Eiseres vordert -zakelijk weergegeven- dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis gedaagde veroordeelt om (i) binnen twee (2) maal vierentwintig uur na vonnis het gehuurde appartement gelegen aan de (adres) te Sint Maarten, te ontruimen en eiseres te machtigen de ontruiming zelf te bewerkstelligen als gedaagde niet aan de veroordeling voldoet, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie (ii) de achterstallige huur van US $ 4.200,-- te betalen te vermeerderen met de vertragingsschade, rente en kosten.
2.2
Eiseres legt - in de kern - aan haar vordering ten grondslag dat de huurovereenkomst per 1 juni 2019 is geëindigd en dat gedaagde het appartement moet verlaten en de achterstallige huur aan eiseres moet voldoen.
2.3
Gedaagde ontkent niet dat zij vanaf mei 2019 de maandelijkse huur niet meer heeft betaald. Gedaagde voert aan dat zij niet in staat is om maandelijkse huur te betalen aangezien zij en haar echtgenoot geen baan heeft en derhalve ook geen inkomsten.

3.De feiten

a. Op 9 januari 2019 hebben partijen een huurovereenkomst getekend ter zake van een appartement aan de (adres), Sint Maarten voor de duur van zes maanden.
b. Op grond van deze huurovereenkomst huurt gedaagde van eiseres met ingang van 1 januari 2019 dit appartement tegen een vooruit te betalen maandelijks verschuldigde huursom van US $ 700,00.
c. Nadat de huurovereenkomst per 1 juni 2019 was beëindigd heeft gedaagde het appartement niet verlaten en ontruimd.
d. Bij brief van 22 juli 2019 heeft eiseres gedaagde aangemaand en verzocht de verschuldigde huur te voldoen in verband met een huurachterstand van vier maanden huur van een totaal bedraag van US $ 2.800,00.

4.De beoordeling

4.1
In de aard van de vordering ligt de spoedeisendheid besloten.
4.2
Onbestreden is gebleven dat de huurachterstand inmiddels zes maanden bedraagt. De vaststelling rechtvaardigt de verwachting dat de ontruiming in een bodemzaak stand zal houden en rechtvaardigt voorts ook de ontruiming van het gehuurde ook omdat gedaagde geen baan en inkomsten heeft.
4.3
Een belangenafweging leidt niet tot een andere uitkomst. Haar belang bij voortzetting van het huren en bewonen van het appartement weegt weliswaar zwaar, maar de huurachterstand en de financiële moeilijkheden die door de wanbetaling aan de zijde van eiseres zijn ontstaan wegen zwaarder. Het gevorderde zal dan ook worden toegewezen als hierna bepaald, waarbij aan gedaagde een iets ruimere termijn voor ontruiming zal worden gegund.
4.4
Gedaagde zal hierna in de proceskosten van eiseres worden veroordeeld die tot op heden kunnen worden begroot op NAf. 1.699,50 waarvan NAf. 450,00 aan griffierecht, NAf. 1.000,00 aan salaris gemachtigde en NAf. 249,50 aan betekeningskosten.
4.5
Deze veroordelingen zullen hierna uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
5.
De beslissing in kort geding
Het Gerecht:
5.1
veroordeelt gedaagde om binnen 7 (zegge: zeven) dagen na betekening van dit vonnis het appartement aan (adres) in Sint Maarten te verlaten en te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en goederen voor zover deze laatsten niet de eigendom zijn van eiseres, met afgifte van de sleutels, en het appartement ter vrije beschikking van eiseres te stellen en machtigt eiseres om de ontruiming zelf te bewerkstelligen desnoods met behulp van de sterke politie en justitie, indien gedaagde niet (tijdig) aan deze veroordeling voldoen;
5.2
veroordeelt gedaagde aan eiseres te betalen een bedrag van US $ 4.200,00 aan achterstallige huurpenningen vermeerderd met de vertragingsschade en de verschuldigde wettelijke rente te rekenen vanaf de dag van het indienen van dit verzoekschrift tot de dag der algehele voldoening;
5.3
veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op NAf 1.699,50 waarvan NAf 450,00 aan griffierecht, NAf 1.000,00 aan salaris gemachtigde en NAf 249,50 aan betekeningskosten;
5.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.T.M. Luijks, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 27 september 2019.