Uitspraak
,
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten en standpunten
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van een aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning (twv) ten behoeve van een vreemdeling die sinds 2012 op Sint Maarten verblijft. De vreemdeling had een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) met als doel arbeid, geldig tot 1 juni 2019. De aanvraag voor de twv werd pas op 4 oktober 2019 ingediend, ruim na het verlopen van de vttv.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van artikel 8, eerste lid, onderdeel d, van de Landsverordening arbeid vreemdelingen, omdat de vreemdeling gehandeld zou hebben in strijd met de regels van de Landsverordening toelating en uitzetting (LTU). Eiseres voerde aan dat sprake was van schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, motiveringsbeginsel, vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel.
Het Gerecht oordeelde dat de aanvraag om verlenging van een vttv uiterlijk binnen drie maanden na het verlopen van de geldigheidsduur moet worden ingediend. Nu de vreemdeling geen verzoek tot verlenging had ingediend en sinds het verlopen van de vttv illegaal verbleef, was de weigering van de twv terecht. Omdat het een imperatieve weigeringsgrond betrof, was geen belangenafweging mogelijk. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tewerkstellingsvergunning wordt ongegrond verklaard omdat de vreemdeling illegaal verbleef.