Eiser, benoemd tot interim hypotheekbewaarder en bestuurder van de stichting gedaagde, vordert nakoming van de bestuursovereenkomst en betaling van de overeengekomen maandelijkse vergoeding. De benoeming vond plaats na voordracht door de Raad van Toezicht en ministeriële beschikking.
Gedaagde voert verweer dat de benoeming niet rechtsgeldig is vanwege belangenverstrengeling, bevoegdheidskwesties en strijd met ministeriële richtlijnen. Het Gerecht oordeelt dat deze verweren onvoldoende onderbouwd zijn en passeert deze. Wel is van belang dat eiser niet is beëdigd door de Gouverneur zoals vereist is voor hypotheekbewaarders volgens het Besluit uit 1868.
Omdat beëdiging ontbreekt, kan eiser niet worden toegelaten tot werkzaamheden als hypotheekbewaarder. De bestuurswerkzaamheden zijn nauw verweven met die functie, waardoor ook de vordering tot toelating als bestuurder wordt afgewezen. De vordering tot betaling van vergoeding voor bestuurswerkzaamheden wordt eveneens afgewezen omdat geen aparte beloning is overeengekomen.
De proceskosten worden aan eiser opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.