Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Klaagster verzocht op 12 april 2021 om een verklaring omtrent gedrag (VOG), welke door de minister van Justitie op 31 mei 2021 werd geweigerd. Klaagster stelde bezwaar tegen deze weigering en het Gerecht beoordeelde of het bezwaar ontvankelijk en gegrond was.
De minister had de weigering per e-mail verzonden, maar het Gerecht oordeelde dat dit niet als rechtmatige uitreiking kan gelden vanwege het ontbreken van een wettelijk kader voor elektronische communicatie tussen burger en bestuursorgaan. Hierdoor begon de bezwaartermijn pas op de dag van persoonlijke uitreiking, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend.
Inhoudelijk oordeelde het Gerecht dat de opgelegde boete wegens mishandeling niet ernstig genoeg was om de afgifte van de VOG te weigeren, mede omdat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom dit feit bezwarend zou zijn voor het doel van de VOG. Het belang van klaagster bij afgifte woog zwaarder dan de bezwaren.
Het Gerecht verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde de bestreden beschikking en droeg de minister op binnen drie dagen de VOG af te geven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar wordt gegrond verklaard en de weigering tot afgifte van de verklaring omtrent gedrag wordt vernietigd.