Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten heeft op 23 december 2021 een ontnemingsbeslissing bij verstek genomen tegen de veroordeelde, die eerder veroordeeld was voor medeplegen van valsheid in geschrift en oplichting in de periode van 2012 tot 2017.
De officier van justitie vorderde betaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op USD 4.989.599,75, gebaseerd op een totaal van ruim USD 9,6 miljoen aan voordelen die samen met een medeverdachte zijn verkregen. Het gerecht rekende het voordeel ponds-ponds toe aan de veroordeelde en zijn medeverdachte, aangezien niet kon worden vastgesteld wie welk deel heeft ontvangen.
De ontneming betreft onder meer 272 valse facturen en betalingen via een derde bedrijf die als steekpenningen werden aangemerkt. Na aftrek van kosten en omrekening naar Antilliaanse guldens komt het totale ontnemingsbedrag op Naf 8.315.278. De veroordeelde was niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Het gerecht legde de verplichting tot betaling op en bepaalde een vervangende hechtenis van drie jaar bij niet-betaling.