ECLI:NL:OGEAM:2021:23

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
15 februari 2021
Publicatiedatum
3 maart 2021
Zaaknummer
Lar 68/2020, SXM202000926
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 LarArt. 69 LarHoofdstuk 5 Landsverordening Administratieve Rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens gegrondverklaring samenhangend beroep op subsidiebeschikking

De Stichting Voortgezet Onderwijs Bovenwindse Eilanden heeft bezwaar gemaakt tegen meerdere subsidiebeschikkingen van de Minister van Onderwijs, Cultuur Jeugd & Sport van Sint Maarten over verschillende schooljaren. Nadat de bezwaarprocedure was afgerond met een beschikking op bezwaar die het bezwaar gegrond verklaarde, stelde eiseres pro forma beroep in tegen deze beschikking.

Het Gerecht in eerste aanleg oordeelde in de samenhangende procedure dat het beroep gegrond was en dat de verweerder een nieuw besluit moest nemen wegens onvolledige heroverweging. De onderhavige procedure was ingesteld voor het geval het Gerecht de beschikking niet als voor beroep vatbaar zou aanmerken.

Omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard, is er geen plaats voor het beroep tegen een fictieve weigering. Het Gerecht verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat tegen deze uitspraak hoger beroep openstaat binnen zes weken na kennisgeving.

De procedure omvatte schriftelijke stukken, een mondelinge behandeling op 18 januari 2021 en de uitspraak op 15 februari 2021. De zaak betreft de toepassing van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) en de termijnen voor beslissingen op bezwaarschriften.

Uitkomst: Het beroep tegen de fictieve weigering wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 15 februari 2021
Zaaknummer: SXM202000926-LAR00068/2020
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
DE STICHTING VOORTGEZET ONDERWIJS BOVENWINDSE EILANDEN,
eiseres,
gemachtigde: mr. C.J. KOSTER,
tegen
DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR JEUGD & SPORT VAN SINT MAARTEN,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. C.M.P. VAN HEES,

1.Aanduiding bestreden beschikking

De weigering om te beslissen op de bezwaarschriften van eiseres, gericht tegen de beschikkingen van verweerder van 4 november 2014, 30 maart 2016, 19 december 2016, 27 maart 2017 en 21 december 2018, inhoudende de (voorlopige) vaststelling van de hoogte van de subsidie betreffende de schooljaren 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017, 2018-2019.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Met een op 28 september 2020 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
2.2.
Op 22 december 2020 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.
2.3.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 18 januari 2021. Partijen zijn bij hun gemachtigde voornoemd verschenen. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
2.4.
Uitspraak is bepaald op heden.

3.De beoordeling

Ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Lar wordt met een beschikking gelijkgesteld een weigering om een beschikking te geven.
Ingevolge het derde lid van dit artikel geldt de beschikking als te zijn geweigerd indien de wettelijk gestelde termijn voor het geven daarvan is verstreken zonder dat een beschikking is gegeven of - bij het ontbreken van een dergelijke termijn - wanneer niet binnen redelijke termijn een beschikking is gegeven.
Ingevolge het eerste lid van artikel 69 van Pro de Lar beslist het bestuursorgaan uiterlijk vier maanden na de datum van de indiening van het bezwaarschrift. Deze termijn kan, onder kennisgeving aan de bezwaarde en andere partijen, eenmaal met ten hoogste dertig dagen worden verlengd.
Eiseres heeft tegen de door aan haar uitgereikte subsidiebeschikkingen voor schooljaren 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 en 2018-2019 bezwaar bij verweerder ingesteld. Het Gerecht stelt vast dat de bezwaarprocedure is afgerond met een beschikking op bezwaar van 11 maart 2020, ontvangen door eiseres op 30 maart 2020 door. In die beschikking staat immers dat het door eiseres ingestelde bezwaar gegrond is en dat de beschikkingen waarvan bezwaar zullen worden aangepast.
Het Gerecht stelt vast dat eiseres bij pro forma beroepschrift van 21 april 2020 in beroep is gekomen tegen de beschikking op bezwaar van verweerder van 11 maart 2020. In die zaak heeft het Gerecht per heden overwogen dat het beroep gegrond is en dat verweerder een nieuw besluit moet nemen wegens onvolledig heroverweging. Kennelijk heeft eiseres de onderhavige procedure aangespannen ingeval het Gerecht de beschikking van 11 maart 2020 niet zou aanmerken als een voor beroep vatbare beschikking.
Op grond van het voorgaande is er geen plaats voor een beroep tegen een fictieve weigering.
4.
De beslissing
Het Gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 15 februari 2021.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.