Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres, een Haïtiaanse vrouw die sinds 2009 zonder rechtmatige verblijfstitel op Sint Maarten verblijft, heeft een aanvraag tot tijdelijke verblijfsvergunning ingediend die door de minister is afgewezen. Het Gerecht in eerste aanleg behandelde het beroep tegen deze afwijzing en oordeelde dat eiseres niet eerder haar verblijf heeft geregulariseerd, ondanks haar langdurig onrechtmatig verblijf en het werken zonder vergunning.
Het Gerecht overweegt dat het uitlandigheidsvereiste, dat inhoudt dat aanvragen in principe in het buitenland moeten worden ingediend, niet zonder meer kan worden genegeerd. Eiseres heeft onvoldoende goede gronden aangevoerd om hiervan af te wijken. Daarnaast is vastgesteld dat de afwijzing geen onrechtmatige inmenging vormt in het gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, omdat noch eiseres noch haar kind een verblijfstitel hebben en er geen bewijs is dat de vader bijdraagt aan de zorg.
Hoewel eiseres in beroep stukken over de erkenning van haar kind door de vader heeft overgelegd, kon dit niet worden meegewogen omdat deze erkenning na de beschikking plaatsvond. Het Gerecht concludeert dat de weigering van de verblijfsvergunning gerechtvaardigd is en dat het gezinsleven ook in Haïti voortgezet kan worden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.