Uitspraak
UITSPRAAK
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
Feiten en standpunten
De beoordeling
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres, een Guyanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) op Sint Maarten. De aanvraag werd op 4 december 2020 afgewezen door de Minister van Justitie op grond van artikel 9 van Pro de Landsverordening Toelating en Uitzetting (Ltu), omdat eiseres zich volgens verweerder illegaal op Sint Maarten zou bevinden en niet aan het uitlandigheidsvereiste zou voldoen.
Eiseres was echter op 22 februari 2020, kort na haar huwelijk, uit Sint Maarten vertrokken en verbleef buiten het land ten tijde van de aanvraag. Het Gerecht stelde vast dat het uitlandigheidsvereiste ziet op vreemdelingen die ten tijde van hun aanvraag onrechtmatig verblijven maar woonachtig zijn op Sint Maarten, en dat de Ltu geen grondslag biedt om eerder illegaal verblijf tegen te werpen bij een eerste aanvraag.
De afwijzingsgrond op basis van het uitlandigheidsvereiste kon de beschikking niet dragen en het beleid van verweerder om illegaal verblijf naar analogie van ongewenstverklaring tegen te werpen werd verworpen omdat geen beschikking tot ongewenstverklaring was afgegeven. Het Gerecht verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en droeg verweerder op binnen vier weken een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag vergunning tijdelijk verblijf wordt vernietigd.