Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Procesverloop
3.Feiten
4.Het verzoek en de standpunten van partijen
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Verzoeker, een Guyaanse nationaliteit, werd op 31 oktober 2020 zonder geldig visum en met een overschreden toeristenperiode van circa 20 jaar toegelaten tot Sint Maarten onder een wekelijkse meldplicht en inlevering van zijn paspoort. Hij werd aangespoord een verblijfsvergunning aan te vragen, maar zijn aanvraag werd geweigerd wegens het ontbreken van kleurenkopieën van zijn paspoort, die hij niet kon maken omdat zijn paspoort in beslag was genomen.
Op 12 mei 2021 werd tegen verzoeker een verwijderingsbeschikking uitgevaardigd waarin hij werd aangemerkt als ongewenst vreemdeling en werd bevolen binnen 30 dagen te vertrekken. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om schorsing van deze beschikking totdat het beroep onherroepelijk is beslist.
Het Gerecht oordeelde dat de verwijderingsbeschikking zonder nadere motivering is gegeven, terwijl verzoeker zich aan zijn meldplicht hield en de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet kon voltooien door het ontbreken van het paspoort. De verwijderingsbeschikking werd daarom als onbegrijpelijk beoordeeld en het verzoek tot voorlopige voorziening werd toegewezen.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van NAf 1.550,00. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De verwijderingsbeschikking wordt geschorst totdat het beroep onherroepelijk is beslist.