ECLI:NL:OGEAM:2021:66
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar na strafrechtelijke veroordeling niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
Klager, een gevangenbewaarder in vaste dienst sinds 1993, werd in januari 2017 strafrechtelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf wegens plichtsverzuim. Naar aanleiding hiervan werd zijn salaris stopgezet en hem ontslag verleend bij Landsbesluit van september 2018. Klager stelde dat het ontslagbesluit te laat en buiten proportie was, en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld om te worden gehoord.
Het Gerecht oordeelde dat het besluit tot stopzetting van salaris onherroepelijk vaststaat omdat klager zijn bezwaar had ingetrokken. Wel stelde het Gerecht vast dat klager ten onrechte niet is gehoord voorafgaand aan het ontslagbesluit, wat een schending van de zorgvuldigheidsnormen inhoudt. Dit bezwaar werd daarom gegrond verklaard.
Desondanks vond het Gerecht dat het ontslagbesluit zelf rechtmatig was, omdat de strafrechtelijke veroordeling en de aard van de functie hoge eisen aan integriteit stellen. Er was geen sprake van schending van het evenredigheidsbeginsel of van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook het tijdsverloop tussen veroordeling en ontslag was niet onredelijk, mede gezien de omstandigheden rondom orkaan Irma.
Het Gerecht besloot het ontslagbesluit in stand te laten en veroordeelde de verweerder tot vergoeding van proceskosten aan klager. De uitspraak werd gedaan door rechter J.M. Ghrib op 7 juni 2021.
Uitkomst: Bezwaar gegrond wegens niet horen, maar ontslagbesluit blijft in stand vanwege strafrechtelijke veroordeling en integriteitseisen.