Uitspraak
en
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eisers, huurders van een studio appartement sinds januari 2017, kwamen in beroep tegen een beschikking van de Huurcommissie die toestemming gaf aan verhuursters om de huur op te zeggen en ontruiming te bevelen. De Huurcommissie had toestemming verleend op grond van een dringend eigen gebruiksbelang van de verhuurster, die haar hoogbejaarde ouders en blinde zoon in de woning wilde huisvesten.
De huurders stelden dat de Huurcommissie het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden en betwistten het rechtmatig belang van de verhuurders. Zij wezen op eerdere ongegronde procedures en de beschikbaarheid van een ander vrijgekomen appartement voor de ouders van verhuurster. De verhuurster voerde aan dat de huidige woning te klein en ontoegankelijk was voor haar ouders en zoon.
Het Gerecht oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend en dat het niet uitnodigen van huurders bij de bezichtiging in strijd was met de goede procesorde. De hoorzitting werd echter terecht doorgezet. Juridisch werd vastgesteld dat een rechtmatig belang vereist is voor beëindiging van huur. Het emotionele belang van de verhuurster als dochter woog niet mee, terwijl het economische belang van ruimtegebrek wel relevant was.
Echter, omdat er een alternatieve woning beschikbaar was en het probleem van ruimtegebrek door verhuurster zelf was veroorzaakt, woog het belang van de huurders, die een gering inkomen hebben en geen betaalbare alternatieven, zwaarder. Ook het argument omtrent de blinde zoon werd niet als rechtmatig belang erkend.
Daarom vernietigde het Gerecht de beslissing van de Huurcommissie en wees het verzoek van de verhuurders af. Verhuurders werden veroordeeld in de proceskosten ten gunste van de huurders.
Uitkomst: De beslissing van de Huurcommissie wordt vernietigd en het verzoek van verhuursters tot beëindiging van de huur wordt afgewezen.