Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
Het geschil
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, houder van de Guyaanse nationaliteit, werd op 12 mei 2021 door verweerder aangemerkt als ongewenst vreemdeling en kreeg een verwijderingsbeschikking opgelegd. Eiser was toegelaten tot Sint Maarten met een wekelijkse meldplicht en probeerde een verblijfsvergunning aan te vragen, maar verweerder weigerde de aanvraag in ontvangst te nemen omdat deze onvolledig was.
Het Gerecht stelde vast dat eiser voorafgaand aan de verwijderingsbeschikking niet is gehoord, hetgeen in strijd is met artikel 17 van Pro de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu). De beschikking was onvoldoende gemotiveerd, met slechts een verwijzing naar de toegangsweigering en zonder onderbouwing van het gevaar voor onttrekking. Bovendien was het onduidelijk waarom eiser zijn paspoort langdurig in bewaring werd gehouden en waarom een zwart-wit kopie niet volstond voor de aanvraag.
Gelet op deze tekortkomingen oordeelde het Gerecht dat de beschikking onzorgvuldig was voorbereid en niet in stand kon blijven. Het beroep werd gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de verwijderingsbeschikking vernietigd wegens schending van de hoorplicht en onvoldoende motivering.