Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, een Guyanese nationaliteit dragende persoon, heeft meerdere malen een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel arbeid als directeur aangevraagd. De laatste aanvraag werd door de Minister van Justitie van Sint Maarten afgewezen wegens onvoldoende middelen van bestaan. Eiser stelde beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten.
Tijdens de procedure heeft eiser onvoldoende bewijs geleverd dat hij met zijn werkzaamheden als directeur voldoende inkomsten genereert. Het verslag van het interview door het Compliance departement toonde aan dat eiser geen bedrijfsruimte heeft en geen inkomsten uit zijn onderneming heeft gegenereerd in 2019 en 2020. Eiser heeft het interviewverslag ondertekend en geen inhoudelijk bezwaar gemaakt tegen de weergave.
De financiële stukken die eiser overlegde waren tegenstrijdig en deels na de wettelijk vereiste termijn opgesteld. Het Gerecht oordeelde dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiser niet voldoet aan het inkomensvereiste en dat de weigering niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning als directeur wordt afgewezen wegens onvoldoende inkomensbewijs.