Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
Het geschil
5.Wettelijk kader
6.Beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres, met de Jamaicaanse nationaliteit, diende op 23 oktober 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Sint Maarten. Verweerder wees deze aanvraag op 3 augustus 2020 af, waarna eiseres bezwaar maakte. Na een hoorzitting en een beschikking op bezwaar van 29 juni 2021 bleef de afwijzing gehandhaafd.
Het geschil draait om de vraag of eiseres voldoet aan het vereiste van vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf. Eiseres stelt dat zij meer dan zeven jaar feitelijk onafgebroken verblijf heeft, en dat zij daarom in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, eventueel op grond van humanitaire redenen of gezinshereniging. Verweerder betwist dit en stelt dat eiseres hooguit 3 jaar en drie maanden rechtmatig verblijf heeft gehad en dat het feitelijk verblijf niet meetelt.
Het Gerecht stelt vast dat eiseres van 18 oktober 2016 tot 18 januari 2020 rechtmatig verblijf had, maar dat de geldigheidsduur van haar vergunning op 18 januari 2020 is verstreken. Omdat zij op het moment van aanvraag niet aan het vijfjaarsvereiste voldeed, komt zij niet in aanmerking voor de vergunning. Daarnaast oordeelt het Gerecht dat het verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning terecht tegen haar is gebruikt en dat het beroep op humanitaire redenen te laat en onvoldoende onderbouwd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan het vereiste van vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf.