Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, van Jamaicaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor verlenging van zijn vergunning tot tijdelijk verblijf (v.t.t.v.) met als doel gezinshereniging. Verweerder wees de aanvraag af omdat de partner niet voldeed aan het inkomensvereiste van NAf 2000 bruto per maand. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd kennelijk ongegrond verklaard omdat hij niet voldeed aan het verzoek om twee recente loonstroken te overleggen, waarna van een hoorzitting werd afgezien.
Het Gerecht oordeelt dat het afzien van de hoorzitting onterecht was, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. Eiser had zijn bezwaar gemotiveerd en aanvullende stukken overgelegd die de financiële situatie van de partner onderbouwden. Ook was onduidelijk of het horen van de partner door de immigratiedienst gelijkwaardig was aan een hoorzitting. Bovendien was de eerdere toekenning van de v.t.t.v. gebaseerd op de financiële situatie van de partner bij twee werkgevers, hetgeen in de bezwaarbeslissing onjuist werd betwist.
Het Gerecht verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden beschikking en draagt verweerder op een nieuwe beslissing te nemen na een hoorzitting met eiser. Tevens veroordeelt het Gerecht verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen na hoorzitting.