In de strafzaak Aquamarine tegen twee verdachten, waaronder een advocaat, vonden huiszoekingen plaats in het kantoor van het advocatenkantoor en de woning van verdachte 1. Hierbij werden digitale en fysieke documenten in beslag genomen, waarvan een deel onder het verschoningsrecht valt. De rechter-commissaris beoordeelde de stukken en stelde vast dat een groot deel geheimhouderstukken betreft die teruggegeven moeten worden aan de verschoningsgerechtigden.
De rechter-commissaris oordeelde dat één specifiek stuk als corpora delicti aangemerkt kan worden en aan het onderzoeksteam mag worden verstrekt. Daarnaast werden vier witte enveloppen met documenten over een derdengeldrekening onderzocht. Ondanks het verschoningsrecht vond de rechter-commissaris dat vanwege de ernst van de verdenking en het belang van waarheidsvinding de geheimhoudingsplicht doorbroken moest worden.
Bij het digitale beslag werd vastgesteld dat de filtering en selectie van bestanden onzorgvuldig en in strijd met de voorschriften was uitgevoerd. Leden van het onderzoeksteam voerden selectiewerkzaamheden uit zonder de vereiste beëdiging, en essentiële informatie over de locatie van beslagstukken ontbrak. Hierdoor werd geoordeeld dat het verschoningsrecht prevaleert en het onderzoeksteam geen kennis mag nemen van de digitale bestanden.
De rechter-commissaris bepaalde dat alleen bepaalde fysieke documenten aan het onderzoeksteam mogen worden verstrekt, terwijl de overige fysieke en digitale stukken teruggegeven moeten worden aan verdachte 1. Uitvoering van deze beslissing wordt opgeschort in afwachting van een beslissing van de raadkamer over klaagschriftprocedures.