Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, een Haïtiaanse nationaliteit, werd op 5 februari 2022 staande gehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van verblijfspapieren. De maatregel van bewaring werd opgelegd zonder dat alle wettelijke procedures strikt werden gevolgd, zoals het ontbreken van een proces-verbaal van het horen voorafgaand aan de bewaring en het niet tijdig uitreiken van het bevelschrift.
Het Gerecht constateerde meerdere ernstige procedurele gebreken, waaronder het niet meenemen van een lopende bezwaarprocedure van eiser in de beoordeling van de proportionaliteit van de bewaring. Deze opstapeling van tekortkomingen maakte de maatregel onrechtmatig.
Eiser vorderde een schadevergoeding van NAf 500 per dag voor onrechtmatige detentie. Het Gerecht wees dit bedrag af wegens onvoldoende onderbouwing en kende een vergoeding toe van NAf 80 per dag voor 17 dagen, totaal NAf 1.360,-. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige naleving van procedures bij vrijheidsontneming en bevestigt dat onrechtmatige detentie een grond is voor schadevergoeding, ongeacht de verblijfsstatus van de betrokkene.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van NAf 1.360,- voor 17 dagen onrechtmatige vreemdelingenbewaring.