ECLI:NL:OGEAM:2023:11
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerecht verklaart bezwaar gegrond tegen fictieve weigering bevordering en beveelt beslissing binnen vier weken
Klaagster verzocht de minister van Justitie van Sint Maarten om bevordering tot Financieel Medewerker bij het Stafbureau van Justitie per 1 september 2020. De minister heeft niet binnen een redelijke termijn op dit verzoek beslist, waardoor sprake is van een fictieve weigering.
Klaagster diende op 26 augustus 2022 een bezwaarschrift in tegen deze fictieve weigering. Het Gerecht oordeelde dat op dat moment de redelijke beslistermijn was verstreken en verklaarde het bezwaar gegrond. Het Gerecht droeg de minister op binnen vier weken alsnog te beslissen op het verzoek.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van NAf 350,- aan klaagster. Het Gerecht overwoog dat het verzoek van klaagster feitelijk betrekking had op een reeds vastgesteld landsbesluit van 7 januari 2021, waardoor het verzoek niet tot een positieve beslissing kon leiden en mogelijk een oneigenlijke rechtsgang vormde.
Desondanks gaf het Gerecht de minister in overweging conform de uitspraak te beslissen en wees het een dwangsom af vanwege het eerste karakter van de fictieve weigering.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart het bezwaar gegrond, beveelt binnen vier weken beslissing en veroordeelt de minister tot vergoeding van NAf 350,-.