Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiseres, staatsburger van de Dominicaanse Republiek, had van 2012 tot 2013 een vergunning tot tijdelijk verblijf voor arbeid in loondienst op Sint Maarten. Na het verlopen van deze vergunning en het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning, werd haar aanvraag in 2014 afgewezen. In 2019 diende zij een aanvraag in voor een tijdelijke verblijfsvergunning met als doel humanitair, welke eveneens werd afgewezen.
Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing. Het Gerecht oordeelde dat de eerdere vergunning voor arbeid in loondienst uit 2012 niet relevant is voor de beoordeling van de humanitaire aanvraag. Tevens werd geoordeeld dat het feit dat eiseres zes jaar wachtte met het indienen van haar aanvraag niet onrechtmatig verblijf rechtvaardigt en voor haar eigen risico is.
Verder bleek niet dat terugkeer naar haar land van herkomst onmogelijk is, en de duur van de procedure kan niet leiden tot toekenning van een verblijfsvergunning. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning met humanitair doel is ongegrond verklaard.