Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Verzoeker, een Haïtiaanse nationaliteit, werd op 5 juni 2023 staande gehouden en aangehouden wegens het niet kunnen tonen van een geldig verblijfsdocument op Sint Maarten. Zijn eerdere verblijfsaanvragen zijn afgewezen, waarbij een vertrektermijn is verstreken zonder dat hij hier gebruik van heeft gemaakt.
De minister heeft vervolgens een maatregel van bewaring en een verwijderingsbeschikking opgelegd, waarbij verzoeker als ongewenst vreemdeling wordt aangemerkt en de toegang tot Sint Maarten voor drie jaar wordt ontzegd. Verzoeker vroeg schorsing van deze maatregelen, stellende dat hij uitzicht had op legalisering en dat zijn gezinsleven bescherming verdient.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de verwijdering en bewaring rechtmatig zijn, gezien het ontbreken van een geldig verblijfsdocument, het niet benutten van vertrektermijnen, en onvoldoende zicht op legalisering. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro faalt omdat het gezinsleven is opgebouwd tijdens onrechtmatig verblijf. Het beroep op bescherming tegen uitzetting op grond van artikel 3 EVRM Pro wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Gelet op deze omstandigheden wordt het verzoek tot schorsing afgewezen en wordt de voortzetting van bewaring met het oog op verwijdering als rechtmatig beschouwd.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van bewaring en verwijderingsbeschikkingen wordt afgewezen en de voortzetting van bewaring is rechtmatig.