ECLI:NL:OGEAM:2023:55

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
5 juli 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
SXM202200742- Lar 171/2022
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.3 Richtlijnen toelating en uitzettingArt. 4.3.4 Richtlijnen toelating en uitzettingArt. 9 Landsverordening toelating en uitzettingArt. 10 Landsverordening toelating en uitzettingArtikel 7 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken feitelijk samenwonen met echtgenoot

Eiseres, met de Dominicaanse nationaliteit, had sinds januari 2016 rechtmatig verblijf op Sint Maarten met als doel verblijf bij haar echtgenoot. Haar laatste tijdelijke vergunning was geldig tot juli 2021. Zij diende in oktober 2020 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af bij beschikking van mei 2021, welke beslissing werd gehandhaafd bij beschikking op bezwaar in april 2022.

Het geschil betreft de vraag of eiseres nog voldoet aan de vergunningsvoorwaarde van feitelijk samenwonen met haar echtgenoot. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde eiseres dat zij sinds acht maanden niet meer bij haar echtgenoot woont en niet langer samenleeft. Het Gerecht stelt vast dat zij sinds augustus 2020 niet meer voldoet aan deze voorwaarde en daarmee handelt in strijd met de verleende vergunning.

Het Gerecht overweegt dat eiseres bij aanvraag geen vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf op Sint Maarten had en dat er geen klemmende humanitaire redenen zijn om hiervan af te wijken. Het feit dat zij aan het inkomensvereiste voldoet, verandert hier niets aan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van feitelijk samenwonen en onvoldoende rechtmatig verblijf.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 5 juli 2023
Zaaknummer: SXM202200742-LAR00171/2022
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
[eiseres],
eiseres,
gemachtigde: dhr. E.I. MADURO,
tegen
DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. A.O. MULLER,

1.Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 25 april 2022, waarbij verweerder het bezwaarschrift van eiseres, gericht tegen de beschikking 14 mei 2021 inhoudende afwijzing aanvraag vergunning tot verblijf (hierna: vtv), kennelijk ongegrond heeft verklaard.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Met een op 20 juni 2022 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
2.2.
Op 1 maart 2023 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.
2.3.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 20 maart 2023. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde.
2.4.
Uitspraak is (nader) bepaald op heden.

3.Feiten

3.1.
Het Gerecht gaat uit van de navolgende vaststaande feiten.
• Eiseres is geboren op [geboortedatum] te Dominicaanse Republiek en zij heeft de Dominicaanse nationaliteit.
• Eiseres heeft sedert 21 januari 2016 rechtmatig verblijf op Sint Maarten met als doel verblijf bij echtgenoot [naam echtgenoot]. Haar laatste tijdelijke vergunning (hierna vttv) was geldig tot 22 juli 2021.
• Eiseres heeft op 20 oktober 2020 een aanvraag ingediend voor een vtv.
• Bij beschikking van 14 mei 2021, uitgereikt 27 mei 2021 heeft verweerder afwijzend op het verzoek beslist, welke beslissing verweerder heeft gehandhaafd bij beschikking op bezwaarschrift van 25 april 2022.

4.Het geschil

4.1.
Eiseres heeft het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de in deze beschikking te geven uitspraak.
4.2.
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
4.3.
Op de standpunten van partijen wordt voor het overige hierna zo nodig nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge artikel 3.3. van de Richtlijnen met betrekking tot de toepassing van de Landsverordening toelating en uitzetting en het Toelatingsbesluit (hierna: Richtlijnen), wordt een vergunning voor onbepaalde tijd verleend aan een vreemdeling, indien hij/zij minstens vijf jaar onafgebroken rechtmatig verbleven heeft in Sint Maarten en aan de voorwaarden heeft voldaan. Ingevolge artikel 4.3.4. van de Richtlijnen dienen echtgenoten feitelijk samen te wonen, bijvoorbeeld door het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Ontbreken van feitelijk samenwonen is een grond voor intrekking or afwijzing van de vergunning, in het kader van de openbare orde (art. 9 L.T.U.)
Ingevolge 4.6.1. en 4.6.2. van de Richtlijnen is van verbreken van een relatie sprake indien er geen feitelijke samenwoning meer is. Voorts, indien het huwelijk of de samenleving minder dan vijf jaar heeft bestaan, komt de vreemdeling in beginsel niet in aanmerking voor voortgezet verblijf, tenzij er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard.
Het Gerecht is van oordeel dat dit beleid niet onredelijk is.
5.2.
Het Gerecht stelt vast dat eiseres op 14 april 2021 is gehoord door de Compliance Department van verweerder. Zij heeft aldaar verklaard dat zij sinds 8 maanden niet meer bij haar echtgenoot verblijft en dat zij niet langer meer samen leven. Met verweerder is het Gerecht van oordeel dat eiseres, gezien haar verklaring, sinds augustus 2020 niet meer voldoet aan de vergunningsvoorwaarde dat zij dient samen te leven met haar echtgenoot. Ingevolge artikel 10 van Pro de Landsverordening Toelating en Uitzetting heeft eiseres dan ook sedert augustus 2020 gehandeld in strijd met de verleende vergunning en wordt zij geacht te hebben gehandeld zonder vergunning.
5.3.
Het Gerecht overweegt dat eiseres gezien het vorenstaande bij aanvraag geen vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf op Sint Maarten heeft gehad. Voorts is gebleken noch gesteld dat er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte de aanvraag van eiseres afgewezen.
5.4.
Dat eiseres aan het inkomensvereiste zou voldoen maakt vorenstaande niet anders. Immers, de duur van het rechtmatig verblijf is leidend in de bepaling of een vreemdeling in aanmerking komt voor voortgezet verblijf. Nu eiseres hier niet aan voldoet behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking.
5.5.
Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskosten veroordeling bestaat geen aanleiding.
6.
De beslissing
Het Gerecht:
verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 5 juli 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.