ECLI:NL:OGEAM:2023:57

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
21 april 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
SXM202200426- Lar 93/2022
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 12 Landsverordening Toelating en UitzettingHoofdstuk 5 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing aanvraag tijdelijk verblijf wegens onterecht uitlandigheidsvereiste

Eiser, houder van de Jamaicaanse nationaliteit, had een vergunning voor tijdelijk verblijf (vttv) voor gezinsvorming bij zijn eerste echtgenote, welke vergunning in december 2020 werd ingetrokken na ontbinding van het huwelijk. Op 29 september 2020 diende eiser een nieuwe aanvraag in voor een vttv met zijn tweede partner. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen wegens het niet voldoen aan het uitlandigheidsvereiste.

Het Gerecht stelt vast dat ten tijde van de aanvraag eiser rechtmatig verblijf had, aangezien de intrekking van de eerdere vttv pas in december 2020 plaatsvond. Volgens artikel 12 van Pro de Landsverordening Toelating en Uitzetting eindigt een vergunning niet van rechtswege, maar door intrekking. Daarom is het uitlandigheidsvereiste niet van toepassing op de aanvraag van 29 september 2020.

Verweerder erkende dat twee van de drie afwijzingsgronden onterecht waren aangevoerd en baseerde de afwijzing uitsluitend op het uitlandigheidsvereiste. Het Gerecht oordeelt dat deze grondslag onvoldoende is en vernietigt de bestreden beschikking. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuwe, gemotiveerde beslissing te nemen.

Daarnaast veroordeelt het Gerecht verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser, bestaande uit NAf 1.400,-- voor het beroepschrift en de zitting, en NAf 150,-- ter vergoeding van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag tot tijdelijk verblijf wordt vernietigd.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 21 april 2023
Zaaknummer: SXM202200426-LAR00093/2022
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
[eiser],
eiser,
gemachtigde: dhr. E.I. MADURO,
tegen
DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. A.O. MULLER,

1.Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 11 februari 2022 waarbij het bezwaarschrift van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot tijdelijk verblijf ongegrond is verklaard.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Met een op 28 maart 2022 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiser tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
2.2.
Op 1 maart 2023 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.
2.3.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 20 maart 2023. Eiser is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde.
2.4
Uitspraak is bepaald op heden.

3.Feiten

  • Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Jamaicaanse nationaliteit.
  • Bij beschikking van 15 augustus 2017 is aan eiser een vttv toegekend met als doel gezinsvorming bij echtgenote [naam echtgenote]. Deze beschikking is laatstelijk verlengd tot 14 juli 2021.
  • Op 4 februari 2020 is het huwelijk van eiser ontbonden.
  • Bij beschikking van 11 december 2020 heeft verweerder de vttv van eiser ingetrokken.
  • Op 22 juli 2020 is eiser een notariële samenlevingsovereenkomst aangegaan met mw [naam tweede echtgenote].
  • Op 29 september 2020 heeft eiser een aanvraag tot vttv met als doel gezinsvorming met partner aangevraagd.
  • Deze aanvraag heeft verweerder bij beschikking van 12 maart 2021, uitgereikt 27 mei 2021 afgewezen omdat eiser (onder andere) niet voldeed aan het uitlandigheidsvereiste. Verweerder heeft deze beslissing bij beschikking op bezwaarschift op 11 februari 2022, uitgereikt 15 februari 2022 ongegrond verklaard.

4.Het geschil

4.1.
Eiser heeft het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de in deze beschikking te geven uitspraak.
4.2.
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
4.3.
Op de standpunten van partijen wordt voor het overige hierna zo nodig nader ingegaan.
5.
De beoordeling
5.1.
Verweerder heeft bij verweerschrift, hetgeen is bevestigd ter zitting, aangegeven dat twee van de drie afwijzingsgronden onterecht zijn aangehaald, het inkomensvereiste en vijfjarig rechtmatig verblijf. Verweerder heeft aangegeven dat de afwijzingsgrond “openbare orde” wel aan de afwijzing ten grondslag kan worden gelegd nu eiser niet voldeed aan het uitlandigheidsvereiste. Verweerder heeft gesteld dat de aanvraag van 29 september 2020 als “eerste aanvraag” heeft te gelden omdat de vttv van eiser voor verblijf bij echtgenote [naam echtgenote] ingetrokken bij beschikking van 11 december 2020.
5.2.
Het Gerecht stelt vast dat eiser op 29 september 2020 een aanvraag heeft ingediend die heeft geleid tot onderhavige procedure. Voorts stelt het Gerecht vast dat de beschikking van verweerder waarbij de vttv voor verblijf bij [naam echtgenote] is ingetrokken is gedateerd 11 december 2020. Aldus staat vast dat ten tijde van de aanvraag van 29 september 2020 eiser rechtmatig verblijf had. Immers ingevolge artikel 12 van Pro de Ltu eindigt toelating tot tijdelijk verblijf niet van rechtswege maar door intrekking van de vergunning. Dat eiser aan het uitlandigheidsvereiste dient te voldoen ten tijde van de aanvraag, zoals verweerder stelt kan het Gerecht niet volgen.
5.3.
Nu verweerder geen andere afwijzingsgrond aan de weigering ten grondslag heeft gelegd, slaagt het beroep. De bestreden beschikking zal worden vernietigd en verweerder dient een nieuwe beslissing te nemen binnen de daarvoor door het Gerecht gegunde termijn van zes weken. Verweerder dient immers in het licht van alle beschikbare gegevens en hetgeen in het bezwaarschrift naar voren is gebracht wederom een gemotiveerde beslissing te maken.
5.4.
Er is aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze stelt het Gerecht met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht vast op NAf 1.400,-- zijnde 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting. Voorts zal het Gerecht bepalen dat verweerder aan eiser NAf 150,--dient te betalen als vergoeding van het door hem gestorte griffierecht.
6.
De beslissing
Het Gerecht:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de bestreden beschikking;
draagt verweerder op om binnen zes weken na heden alsnog een beschikking op het verzoek van eiser te geven;
bepaalt dat verweerder aan eiser zal betalen een bedrag ad NAf 1.400,-- en een bedrag van NAf 150,--.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 21 april 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.