Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, een Jamaicaanse nationaliteit dragende persoon, diende op 30 maart 2022 een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel gezinsvorming bij zijn echtgenote op Sint Maarten. De Minister van Justitie wees deze aanvraag op 28 juli 2022 af, omdat het verzoek als een eerste aanvraag werd beschouwd die in het buitenland moest worden afgewacht, eiser onvoldoende middelen van bestaan had, en vanwege zijn eerdere veroordeling voor poging doodslag en vuurwapenbezit.
Eiser stelde beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. Tijdens de mondelinge behandeling op 19 juni 2023 betoogde eiser dat het uitlandigheidsvereiste niet op hem van toepassing mocht zijn, dat hij gelijk behandeld moest worden als andere gedetineerden, en dat zijn persoonlijke belangen onvoldoende waren meegewogen. Verweerder handhaafde de afwijzing met verwijzing naar wettelijke vereisten en het gevaar voor de openbare orde.
Het Gerecht oordeelde dat het uitlandigheidsvereiste terecht werd toegepast, aangezien tijdens detentie geen onmogelijkheid bestond om een aanvraag in te dienen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen gelijke omstandigheden waren aangetoond. Daarnaast concludeerde het Gerecht dat eiser en zijn echtgenote onvoldoende middelen van bestaan hadden en dat de veroordeling van eiser een reëel gevaar voor de openbare orde vormde. Ook het argument dat de echtgenote niet meer op Sint Maarten verblijft, speelde mee in de afwijzing.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag bevestigd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning gezinsvorming wordt ongegrond verklaard.