Eiser, een Jamaicaanse vreemdeling, werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag en vuurwapenbezit. Na zijn strafrechtelijke detentie werd hij door de Minister van Justitie van Sint Maarten als ongewenst vreemdeling met een inreisverbod van drie jaren en een maatregel van bewaring ter verwijdering aangemerkt.
Eiser had een verzoek tot verlenging van verblijf bij zijn echtgenote ingediend, maar dit werd afgewezen. Hij stelde beroep in tegen de verwijderingsbeschikking, maar het Gerecht oordeelde dat hij geen belang meer had bij toetsing van de reeds geëffectueerde uitzetting. Wel had hij belang bij toetsing van de ongewenstverklaring en het terugkeerverbod.
Het Gerecht stelde vast dat eiser geen geldig verblijfsdocument bezat en dat er geen zicht was op legalisering van zijn verblijf. Gezien de aard en zwaarte van zijn strafrechtelijke veroordeling achtte het Gerecht het besluit tot verwijdering en ongewenstverklaring gerechtvaardigd. Ook het ontbreken van onderbouwing van voortzetting van het familieleven op Sint Maarten speelde mee.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de verwijderingsbeschikking inclusief het inreisverbod van drie jaar werd gehandhaafd.