ECLI:NL:OGEAM:2023:89

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
20 november 2023
Publicatiedatum
5 augustus 2024
Zaaknummer
SXM202300484-LAR00039/2023
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Landsverordening administratieve rechtspraakArtikel 3.7.3 Richtlijnen bij de Landsverordening toelating en uitzettingLandsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging vergunning tijdelijk verblijf voor directeur wegens onvoldoende inkomensbewijs

Eiseres, met de Dominicaanse nationaliteit, is statutair directeur van Ivanna Salon & Spa B.V. en had een vergunning tot tijdelijk verblijf (vttv) voor arbeid als directeur. Na afwijzing van haar verlengingsaanvraag door de minister van Justitie, stelde zij beroep in bij het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten.

Het geschil betrof de vraag of eiseres met haar werkzaamheden als directeur voldoende inkomsten genereert om te voldoen aan het inkomensvereiste. Het Gerecht oordeelde dat uit de overgelegde stukken geen bewijs bleek van daadwerkelijke feitelijke inkomsten uit de onderneming. Eiseres had geen aanvullende bewijsstukken ingediend ondanks gelegenheid daartoe.

Het Gerecht stelde vast dat het enkele indienen van een accountantsverklaring, een verklaring van de inspecteur, de economische directievergunning en het cribnummer niet volstaan bij verlenging. De toetsing van de duurzaamheid van de middelen van bestaan moet specifiek betrekking hebben op het inkomen uit de arbeid als directeur.

Daarom concludeerde het Gerecht dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet voldoet aan de vereisten voor verlenging van de vttv. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de vergunning tot tijdelijk verblijf voor arbeid als directeur is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraakdatum: 20 november 2023
Zaaknummer: SXM202300484-LAR00039/2023
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
[eiseres]
eiseres,
gemachtigde: dhr. E.I. MADURO,
tegen
DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,
gezeteld te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. A.O. MULLER,

1.Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 29 maart 2023, waarbij verweerder het bezwaarschrift van eiseres, gericht tegen de beschikking van 14 mei 2021 (uitgereikt 27 mei 2021) inhoudende afwijzing aanvraag vergunning tot tijdelijk verblijf (hierna: vttv), met als doel “arbeid als directrice”, kennelijk ongegrond heeft verklaard.

2.Het verloop van de procedure

2.1.
Met een op 26 april 2023 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier ingediend beroepschrift (met producties) heeft eiseres tegen voormelde beschikking beroep ingesteld als bedoeld in artikel 7 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
2.2.
Op 20 september 2023 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.
2.3.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 16 oktober 2023. Eiseres is bij gemachtigde verschenen. Verweerder is verschenen bij diens gemachtigde.
2.4.
Uitspraak is bepaald op heden.

3.Feiten

3.1.
Het Gerecht gaat uit van de navolgende vaststaande feiten.
- Eiseres is geboren op [geboortedatum] te Dominicaanse Republiek en heeft de Dominicaanse nationaliteit.
- Eiseres heeft een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel overgelegd waaruit blijkt dat zij, naast [A], sedert 10 juli 2018 (mede) statutair directeur van Ivanna Salon & Spa B.V. staat ingeschreven. Eiseres heeft een directievergunning van de minister van TEATT overgelegd gedateerd 6 juli 2020.
- Eiseres is bij beschikking van 8 oktober 2019 een vttv met als doel arbeid als directeur verleend. Op 25 september 2020 heeft eiseres verlenging van deze vergunning aangevraagd.
- Deze aanvraag heeft verweerder afgewezen welke beslissing verweerder in bezwaar heeft gehandhaafd.

4.Het geschil

4.1.
Eiseres heeft het Gerecht verzocht het beroep gegrond te verklaren, de beschikking waarvan beroep te vernietigen en verweerder op te dragen een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van de in deze beschikking te geven uitspraak.
4.2.
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
4.3.
Op de standpunten van partijen wordt hierna zo nodig nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Uit artikel 3.7.3. van de Richtlijnen met betrekking tot de Landsverordening toelating en uitzetting en het Toelatingsbesluit (hierna: Richtlijnen) blijkt dat met betrekking tot de duurzaamheid van de middelen van bestaan heeft te gelden dat zelfstandige ondernemers een bewijs afkomstig van de inspectie der belasting dienen te overleggen om aan te tonen welk jaarinkomen de aanvrager heeft opgegeven bij de belastingdienst alsmede zijn/haar cribnummer. Bij een vreemdeling in het bezit van een directievergunning, dient bij eerste toelating de directievergunning als bewijs van voldoende financiële middelen overgelegd te worden. Bij verlenging dient wederom een bewijs van de inspectie der belastingen overgelegd te worden alsmede persoonlijk cribnummer.
5.2.
Het Gerecht overweegt dat uit het dossier niet blijkt dat eiseres met haar werkzaamheden als directeur voldoende inkomsten genereert om aan het inkomensvereiste gesteld door verweerder te voldoen. Uit de door eiseres overgelegde stukken is niet gebleken van daadwerkelijke feitelijke inkomsten uit de onderneming waarvan eiseres directeur is. Voorts blijkt uit het rapport van de Objections Committee dat eiseres heeft verklaard dat de BV over een bankrekening beschikt en dat alle salarisbetalingen en overige betalingen in contanten zouden geschieden. Eiseres heeft aangegeven dat zij de boekhouding van de uitbetaalde salarissen zal overleggen. De raadsman van eiseres heeft ter zitting aangegeven dat eiseres in de gelegenheid werd gesteld om tot en met 8 november 2022 de aanvullende bewijsstukken in te leveren. Eiseres heeft per 27 maart 2023 (bij sluiting van onderzoek in bezwaar) echter geen enkel aanvullend bewijsstuk overgelegd. Door geen stukken te overleggen waaruit zou kunnen blijken dat de BV van eiseres inkomsten genereert en dat er daadwerkelijk salaris uitbetalingen worden gedaan aan eiseres ter hoogte van het inkomensvereiste gesteld door verweerder, is, zo is het Gerecht van oordeel, onvoldoende vast komen te staan dat eiseres aan het inkomensvereiste voldoet.
5.3.
Voor zover eiseres betoogt dat het enkele indienen van een accountantsverklaring, een verklaring van de inspecteur met betrekking tot haar belastbaar inkomen, de economische directievergunning en haar cribnummer voldoende zijn, kan zij niet worden gevolgd. Uit artikel 3.7.3. van de Richtlijnen volgt dat verweerder de duurzaamheid van de middelen van bestaan toetst bij verlenging van de vergunning. Het enkele indienen van een formulier is onvoldoende. Slechts bij eerste toelating als directeur kan volstaan worden met een economische directievergunning. Daarbij blijkt uit artikel 3.7.3. van de Richtlijnen dat de duurzaamheid van de middelen van bestaan gerelateerd dienen te zijn aan de arbeid als directeur. Het Gerecht is van oordeel dat de inkomsten uitgetrokken of afkomstig uit Ivanna Salon & Spa B.V. niet betrokken kunnen worden in de beoordeling of eiseres als directeur voldoet aan het middelenvereisten. Het middelenvereisten dient getoetst te worden in verband met de beperking waarvoor de vttv wordt aangevraagd.
5.4.
Het Gerecht is dan ook van oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat eiseres niet voldoet aan de vereisten voor (verlenging) van de vttv met als doel arbeid als directeur.
5.5.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6.
De beslissing
Het Gerecht:
verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het Gerecht in eerste aanleg te Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 november 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.