Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, burger van de Dominicaanse Republiek, vroeg in 2018 een tijdelijke verblijfsvergunning aan met als doel gezinsvorming. Na twee verlengingen werd de tweede verlenging afgewezen omdat de partner van eiser niet voldeed aan het inkomensvereiste. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
Tijdens de procedure stelde het Gerecht vast dat eiser geen aanvullende financiële stukken had ingediend ondanks daartoe gegeven gelegenheid. De overgelegde accountantsverklaring was onvoldoende omdat deze geen daadwerkelijke inkomsten aantoonde. De partner van eiser had verklaard geen inkomsten te genieten, behalve een maandelijkse verhuurpenning van USD 625.
Het Gerecht overwoog dat het toetsmoment ligt bij de situatie ten tijde van de bestreden beschikking en dat eiser niet had aangetoond dat aan het middelenvereiste werd voldaan. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tijdelijke verblijfsvergunning bevestigd wegens onvoldoende financiële middelen.