Uitspraak
2. [eiseres],eiseres
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eisers, allen afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvragen voor een tijdelijke verblijfsvergunning (v.t.t.v.). De hoofdaanvrager verzocht om verlenging van zijn vergunning met als doel arbeid als directeur, terwijl zijn echtgenote en minderjarige kinderen verlenging vroegen voor verblijf bij hem.
De minister van Justitie had de aanvragen afgewezen omdat eiser niet had aangetoond over voldoende duurzame inkomsten te beschikken. Tijdens de bezwaarfase werd eiser in de gelegenheid gesteld aanvullende stukken te overleggen, maar deze werden niet tijdig ingediend. Latere aanvullende producties werden door het Gerecht niet in aanmerking genomen omdat deze betrekking hadden op een periode na de bestreden beschikking.
Het Gerecht oordeelde dat eiser niet had voldaan aan de bewijsverplichting om aan te tonen dat hij ten tijde van de beschikking over voldoende middelen beschikte. De stelling dat de accountant spoorloos was verdwenen werd onvoldoende geacht om het bewijsvereiste te ontlopen. Ook de aanvragen van de echtgenote en minderjarige kinderen werden afgewezen omdat deze afhankelijk zijn van het rechtmatige verblijf van eiser.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tijdelijke verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.